Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.680
draad verbindt, wordt de werking veel krachtiger; de draad wordt gloeijend,
zelfs wanneer deze veel dikker is dan die, door welken de ontlading der leid-
sche flesch ging; en het gloeijen is ook niet oogenblikkelijk, maar houdt aan,
zoolang de stroom, die voortdurend voedsel ontvangt, door den draad gaat.
Alzoo levert de galvanische toestel in iederen oogenblik veel meer electriciteit,
dan men door lang draaijen der electriseermachine in de flesch kan ophoopen.
Laat ons na deze vergelijking eens zien of werVelijk van de grootte der platen
de hoeveelheid, en van het aantal de spanning of digtheid der galvanische E afhangt.
Het is reeds gezegd, en wij herhalen het hier, dat het grootste gedeelte der
door de electromotorische kracht opgewekte E aan de aanrakingsplaats der me-
talen, zoolang die aanraking voortduurt, gebonden blijft, en er zich slechls
een klein, naar^evenredigheid onbeduidend deel vrij over de beide metalen ver-
spreidt. De hoeveelheid der eerstgenoemde gebondene E is evenredig aau de
grootte der aanrakingsvlakte der beide metalen; maar de spanning der zich vrij
verspreidende E is van die aanrakingsvlakte niet afhankelijk. Immers gesteld,
dat de hoeveelheid gebondene E op de platen Z en (zie fig. 417). 1 is, zoo
zal, wanneer elk dier uitgebreidheden met even
Fig. 417. groote platen Z' en K' vermeerderd worden, de
hoeveelheid gebondene E bij abwe\ 2 worden, en
de hoeveelheid vrije E. over ZZ' en K K' verspreid,
wel dubbeld zoo groot zijn, maar de spanning
dezer laatste kan niet vermeerderd zijn; bij ver-
grooting der platen en onveranderlijkheid deraan-
rakingsplaats, vermeerdert dus alleen de hoeveelheid der vrije E, die, een
voortdurende en altijd vloeijende bron vindt in de aanrakingsplaat der beide
ongelijksoortige ligchamen. Het is ons verder gebleken, dat men geenen galva-
nischen toestel kan verkrijgen zonder een ligchaam, dat niet in de spannings-
reeks ^zie blz. 663) behoort. Immers wij stelden de toestellen zamen uit me-
talen en vochten. Vochten nu zijn doorgaans geene goede geleiders voorde E,
ten minste oneindig veel minder goed dan de metalen. De vochten zyn derhalve
bij de kolom van Volla niet in staat, om al de E in een' zekeren tijd door te
laten, welke de electromotorische kracht in de kolom kan ontwikkelen, en welke
E zich, zoo als wij weten, over de geheele metaaloppervlakte verspreidt; ma-
ken wij dus de laag vocht, zoowel als de platen, in vlakte-uitgebreidheid groo-
ter, dan zal door deze vergrooting het aantal punten, waar de E kan heen- of
overstroomen, ook vermeerderen, en de hoeveelheid E, die de toestel oplevert,
zal dus door vergrooting van de vlakte der platen of der vochtlaag vermeerde-
ren, ten minste indien deze laatste niet dikker wordt.
Hoe grooter dus de platen worden, hoe korter de weg tusschen deze is, die de E
door de vloeistof moet afleggen, en hoe beter geleidend die vloeistof is, hoe grooter de
hoeveelheid electriciteit is, die door den galvanischen toestel kan verschaft worden.
Doch welken invloed heeft nu het aantal platen op den galvanischen stroom?