Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
80
De vervlngtiging, overlialing, enz. geschiedt Tjijna altijd met znlken of derge-
Jijken toestel, als fig. 5 aanschouwelijk maakt, a is eene glazen Üesch kromhab
of retort genoemd, waarin door middel van het lampje h de sloffen, welke men tot
gas of eene andere vloeistof wil doen overgaan, behoorlijk heet gemaakt worden.
Beide, retort en lamp, zijn langs den stijl c beweegbaar, en kunnen door schroe-
ven f/in eenen vereischten stand worden vastgeklemd; e is de ontvanger, waarin
het vervlugtig4le of opgehevene wordt opgevangen. Merkt wel op, dat er gezegd
is: op deze of dergelijke wijze geschiedt bet overhalen; want bij de bereidingen
in helgroot, bij vooi'beeld bij die van het zwavelzuur of vitriool uit zwavelen
salpeter, is het lampje een krachtig vuur, de retort a zoo groot, dat hij wel 200
Ned. kannen kan inhouden, en de ontvanger ebij sommige inrigtingen eene loo-
den kamer, die wel 600 kubieke ellen groot is.
Ten slotte wil ik u nog iets nuttigs aangaande het overhalen zeggen, dat te-
vens tot meerdere opheldering kan dienen.
Men laat stijfsel en suiker in water gisten door bijvoeging van gist: vervol-
gens haalt men het water, waarin de gisting heeft plaats gehad, over; het op-
gevangene is dan een vocht, dat wijngeest of alkohol in zich bevat, montvocht
genoemd ; men haalt dit op nieuw over, en verkrijgt brandewijn; nogmaals dien
opgevangenen brandewijn overhalende, ontstaat er dubbel overgehaalde
of spiritus, en deze, door bijvoeging van koolzure potasch, van water beroofd en
nogmaals overgehaald zijnde, verkrijgt men zuiveren wijngeest of alkohol, die bij
de grootste koude niet bevriest, bovenmate krachtig is en door de natuurkundi-
gen, bij het doen van waarnemingen en proeven, dikwijls gebruikt wordt.
Dit een en ander acht ik voldoende, om u van de scheikundige aantrekking
cn de scheikunde zelve een denkbeeld te geven. Wilt gij meer van deze uitlok-
kende wetenschap, van de scheikunde, weten, wilt gij er op eene voor u regt be-
vattelijke en onderhoudende wijze over hooren spreken, neemt dan slechts in
handen het werk van Girardin, Scheikunde voor den beschaafden stand, waarvan
bij den uitgever van dit werkje reeds een tweede druk is in het licht gekomen,
en gij zult uwen weetlust dubbel voldaan zien. Zeker verscheen er geen
werk over de scheikunde, dat bevattelijker en aangenamer gesteld, verrassender
cn rijker in nuttige toepassingen is, dan het genoemde.
ïi