Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.678
te bewaren. Het platioa der grovesche batterij integendeel wordt door het zuur
niet aangegrepen, eu blijft dus altijd in denzeifden zuiveren toestand.
Somtijds buigt men het platina der grovesche cellen in den vorm eener S, en
zet het in eenen hollen cilinder van zink met tusschenvoeging vau een rond po-
reus potje. Deze wijziging maakt het gebruik der zeer dure vierkante potjes
onnoodig.
Hoewel er nog vele andere wijzigingen zijn, die de voltasche zuil heeft onder-
gaan, hetzij in vorm, hetzij in den aard der elementen of van het vocht, zoo
meenen wij met de opgenoemde te kunnen volstaan. Wij willen thans nog be-
knoptelijk de eigenschappen der wrijvings-en galvanische E met elkander ver-
gelijken, en daarna onderzoeken, van welke omstandigheden de hoeveelheid
electriciteit afhangt, die een galvanische toestel instaat is te leveren, en welken
invloed het getal der platen of elementen op den galvanischen stroom heeft.
Uit de verwisseling der namen, die wij ons nu en dau betrekkelijk galvanis-
mus en electriciteit hebben veroorloofd, eu uit de reeds vermelde verschijnselen
is reeds gebleken, en in het vervolg zal het dit nog veel meer overtuigend doen,
dat het galvanismus niets anders is dan electriciteit, dezelfde electriciteit, die
onder bepaalde omstandigheden ons de electriseermachine en de electrophoor
leverden.
Het eenige verschil, dat de galvanische-electriciteit van die, welke door wrij-
ving wordt opgewekt, onderscheidt, is, dat bij de eerste de electriciteit tn beweging
is, en bij de laatste in rust; eu dat wij bij de eerste eene njke, en bij de laatste
eene naar evenredigheid arme bron van electriciteit hebben. Immers wij heb-
ben op den rijken voorraad van E, die ons de aanraking van twee metaJen op-
levert opmerkzaam gemaakt. Wij nemen hier het beeld over, waarvan zich een
natuurgeleerde bedient, om de zaak bevattelijk te maken.
Wij kunnen, zegt hij, de electriseermachine vergelijken bij eene bron, die
weinig water geeft, maar hoog op een' berg ligt. Meu kan nu het water in eene
naauwe, naar deu voet des bergs geleidende buis doen stroomen, die van onderen
gesloten is. Is de buis gevuld, dau hebben de zijden aan het ondereinde eene
groote drukking te ondergaan, hoewel de hoeveelheid water in de buis zoo groot
niet is. De gezegde sluiting van onderen wordt bewerkt door eene klep, welke,
door middel van eene veér of een gewigt, digt wordt gehouden. Hoe meer nu
het water in de buis stijgt, des te sterker wordt ook de drukking op de klep,
tot eindelijk de uitwendige tegendrukking niet meer voldoende is, om de klep
gesloten te houden; zy opent zich nu, en het water stroomt met geweld uit de
buis. De bovenvlakte vau het water daalt nu zeer schielijk, en de uitwendige
drukking krijgt van lieverlede weder de overhand en sluit op nieuw de klep.
Dit duurt zoo lang, tot het water na eenigen tijd weder hoog genoeg in de buis
is gestegen, om op nieuw de klep te openen. Had men de klep aan het onder-
einde niet gesloten, zoo zou het water weggevloeid zijn naarmate door de brou
er iu werd voorzien; de drukking op de wanden der buis zou nu grootendeels