Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.674
Fig. 412.
Wij hebben reeds met een enkel woord gezegd, dat
de werking van al de tot hiertoe beschrevene toestel-
en, hoe sterk zij ook in den beginne, bij het indompe-
len der metalen in het zuur, zijn moge, spoedig zeerver-
zwakt, omdat er, om later te vermeldene redenen, opge-
loste metaaldeelen van het eeue metaal op het andere ne-
derslaan, hetgeen den vrijen stroom der electriciteit hoe
langer hoe meer belemmert, ja zelfs eindelijk geheel
doet ophouden. Om dit voor te komen heeft men in den
laatsten lijd toestellen tot stand gebragt, die van dit on-
gemak bevrijd zijn, en wier werking wel is waar iu
den beginne niet zoo krachtig is als die der bovenge-
noemde, maar die den electrischen stroom voortdurend
onverzwakt doen plaatshebben. Zulke inrigtingen noemt
men standvastige (constante) batterijen. Wij willen er
eene beschrijven, namelijk die vau Beeguerel. Fig. 4^3 geeft eene afbeelding van
een enkel element, en wel alles in doorsnede, a is een cilinder, ook weder van
bladkoper gemaakt; hij is aan alle kanten gesloten en bij 6 van zand voorzien,
ten einde hij in de vloeistof zoude zinken. Zijn bodem c is vlak, doch de bo-
vensluiting d is kegelvormig. Boven de afsluiting d verheft zich de wand van den
ei gent lijken cilinder tot in c, en deze bovenrand is bij ƒ van eenige gaten voor-
zien, zoodat, wanneer men op den kegel d eenig vocht giet, dit aanstonds
door de gaten bij ƒ van het deksel wegvloeit; dit wegvloeijen de vocht wordt
door eene dierenblaas g opgevangen, die bij e rondom den koperen cilinder
Fig. 413.
is vastgebonden Op den kegel d wordt
eene oplossing van kopervitriool (zwavel-
zuur-koperoxyde of ook wel koperzout
genaamd) gegoten, zoodat de koperen ci-
linder a weldra door de in de blaas zich
verzamelende oplossing geheel is omringd.
Men werpt nu nog ten overvloede op den
kegel eenige stukken kopervitriool, opdat
de vloeistof bestendig onder en boven met
koperzout zoude verzadigd zijn. Buiten
rondom de blaas bevindt zich verder een
holle cilinder h van zink gemaakt. Het is
eene plaat zink, dieslechts tot een' cilinder
is omgebogen of opgerold, en wiens naar
elkander gebogene einden niet zijn vastgesoldeerd, zoodat men dus den cilinder
naar verkiezing naauwer en wijder kan maken. Deze drie ligchamen, namelijk
de cilinder vau zink, de blaas met de daarin begrepene kopervilriool-oplos-
sing, en de cilinder van koper, worden gezamentlijk gedompeld in een glas i,