Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
48
en een nieuw ligchaam gevormd, dat niet meer de hoofdeigenschap bezit,
welke iedere stof vóór de vereeniging kenmerkte. Doet men bij salpeter-
zuur of zoogenaamd sterkwater een weinig potasch , dan blijft dit meng-
sel altijd nog een zuur en bezit er alle eigenschappen van; doet men er echter
al meer en meer potasch bij, dan wordt het zuur ten laatste door de potasch
verzadigd; het is dan geen zuur meer, er is eene nieuwe stof, er is salpeter
ontstaan. Neemt men zuivere potasch, eene stof, die ons vleesch wegbijt en,
in de maag komende, den dood veroorzaakt, en verzadigt men deze stof met
zwavelzuur of vitriool-olie, eene stof, die evenzeer de bewerktuigde ligchamen
verbrandt en in ons doodelijk werkt, zoo is deze vermenging niet meer scha-
delijk voor de gezondheid, het is zwavelzure potasch geworden, eene bijna
smakelooze zelfstandigheid.
Nederplnffing ontstaat, wanneer uit eene oplossing van eene stof, door bij-
voeging eener andere, een gedeelte van die oplossing wordt afgezonderd of ne-
dergeslagen, en het oplosmiddel of de stof, die tot oplossing heeft gediend, daar-
door wordt vrij gemaakt. Zoo wordt het zwavelstofwatergas gebezigd, om de
metalen, die zich in eene of andere oplossing bevinden, te ondekken; dewijl de
metalen met de zwavel, welke in het gas voorhanden is, zich verbinden cn on-
der verschillende kleuren uit de oplossing nederploffen. Bij dit water doe ik
eenig zwavelzuur of vitrioololie, waardoor ik , zooals gij weet, verdund zwa-
velzuur verkrijg. Ik werp eenige magnesia of bitteraarde in het vocht, en
daar het zuur groote verwantschap tot de magnesia beeft, zoo lost dit me-
taal geheel op. In deze oplossing werp ik een weinig» potasch, en dewijl nu
het zuur de potasch sterker aantrekt dan de magnesia, zoo wordt deze laatste
losgelaten, met andere woorden, nedergeploft en valt op den bodem van het
glas. XJit dergelijke netlerploffingen verklaart men den inweudigen toestand
der aarde. De verschillende steenen, aardsoorten, metalen, enz., die wij in
de korst des aardbols vinden, meent men, dat alle nederploffingen uit eene
vloeistof moeten zijn, welke zeer lang na elkander hebben plaats gehad. Door
deze opvolgende nederploffingen en andere scheikundige werkingen zouden dan
de verschillende bergsoorten en aardlagen, welke de vaste oppervlakte onzer
aarde uitmaken, zijn voortgebragt. Tot de nederploffingen kan ook gebragt
worden, hetgeen ik u in de negende les aangaande de kristallisatie van het
lood, door bijbrenging van zink in de oplossing, gezegd heb. Het lood was
nedergeslagen door de meerdere verwantschap van het zink tot het zuur der
loodsuiker. Laat ik deze proeve nog met eene vermeerderen. — Men laat een
weinig zilver in salpeterzuur oplossen, en verdunt het daarna met water. Ver-
Tolgens werpt men in deze oplossing een druppel kwik of een stukje koper,
dan zal het zilver worden nedergeslagen cn zich tot eenen fraaijen boom of
heester kristalliseren, die, als het ware, op den kwikdruppel of het koper i$
vastgeworteld. Men noemt dit verschijnsel de boom van Diana. In het alge-
meen heet men deze gedaanten metaalboomen of metaalgeivassen.