Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.657
Men brengt weder de bovenste plaat e/ van den condensator, die op de onderste
cd rust, door aanraking met den vinger met den grond in verbinding, terwijl
men de onderste rood koperen plaat met een stuk zink aanraakt, hetwelk dus ook,
daar men het in de hand houdt, met den grond in geleidende gemeenschap staat.
Neemt men nu, na dat dit een oogenblik heeft geduurd, den vinger van de
bovenste plaat en het zink van de onderste weg, en ligt men eindelijk de bovenste
plaat op, zoo bespeurt men, dat de goudblaadjes zich van elkander verwijdereu.
Ook hier is dus de electriciteit ontstaan door de aanraking van het zink met
het rood koper der condensatorplaat, en wel veel spoediger dan bij onze tweede
proef. Wij vinden nu ook den electrometer met negatieve electriciteit geladen.
Ter plaatse dus, waar zink en koper elkander aanraken, is er eene bijzondere
kracht werkzaam, om de electrische stoffen van elkander te scheiden en in
beweging te brengen; de positieve ging in de laatste proeve op het zink en van
daar in den grond over; de negatieve werd op de onderste koperen plaat ge-
houden, of op deze gebonden, daar zij, zoo als wij geleerd hebben, verdeelend
werkt op de bovenste plaat. Ligt men de bovenste plaat op, zoo kan zich de
op de onderste plaat gebondene —E verspreiden, eu de uitwijking der goud-
blaadjes bewerken. Rigt men de proef zoodanig in, dat men de bovenste plaat
met het zink aanraakt, en de onderste met den vinger, zoo wijken de goud-
blaadjes uiteen met positieve electriciteit, waarvan men gemakkelijk de reden
kan vinden.
Wil men ?ich op eene andere wijze van de ontwikkeling der electriciteit door
twee elkander aanrakende metalen overtuigen, men neme dan een plaatje zink en
een stukje zilver- of kopergeld, legge het eene boven en het andere onder de tong en
schuive vervolgens loeide stukjes zoodanig \ooruit, tot zij even over de punt der
tong heenreiken en daar elkander aanraken, dan zal men op den oogenblik der
aanraking een' zuurachtigen of scherpen smaak in den mond gewaar worden.
T.egt men de beide plaatjes om, n. 1 het zilver boven en het zink onder de tong,
dau is de smaak weder geheel verschillend. Houdt men het zilveren geldstukje
in den mond, en neemt men een smal reepje zink, dat met het eene einde op het
zilver, en met het andere in den hoek van het oog wordt geplaatst, zoo ontdekt
meu op den oogenblik der verbinding een stekend gevoel in het oog, ofwel men
bespeurt een' lichtglans, die niet ongelijk is aan het schijnsel van een' ver ver-
wijderden bliksemstraal.
Neemt men een' tinnen beker, die met zuiver water is gevuld, zet men dezen
op eene zilveren plaat of eeu zilveren stuk geld, en wordt nu de tong in het water
en de vochtige hand aau het zilver gehouden, zoo verkrijgt men weder den zuur-
achtigen smaak. De electrische vloeistoffen gingen, in het laatste geval, van
het tin door het water en het ligchaam op het zilver over, en van het zilver
omgekeerd op het tin.
Wij zouden deze proeven met nog vele anderen kunnen vermeerderen, maar
achten deze genoegzaam , om te doen zien, dat door aanraking van twee ver-
29