Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
I
65o
De hagel-waariorg-maaischappijen maken dus in Duitschland eene zeer weldadige
inrigtiug uit.
Opmerkelijk is hetgeen de heer Arago onlangs bekend maakte, met betrekking
tot deu invloed, dien de bosschen hebben op het ontstaan van den hagel. Die
beroemde geleerde heeft waargenomen, dat die streken in Sardinië sedert jaren
het meest van hagel hebben te lijden gehad, alwaar de bosschen voor het grootste
gedeelte zijn uitgeroeid, terwijl de hagelslagen zeldzaam plaatsgrepen daar, waar
de bosschen zijn blijven staan. Arago zegt, dat men de boomen als zoo vele geleiders
van de electriciteit des dampkrings moet beschouwen, dat zij, of de met haar
tegenovergestelde electriciteit uit den dampkring overnemen, of de met de wolken
tegenovergestelde electriciteit aan deze aanvoeren en hare kracht dus verzwak-
ken. Deze verklaring lost derhalve het verschynsel, betrekkelijk het verschil
van het aantal der hagelbuijen in die streken, voldoende op.
TIENDE 4FDEELING.
HET GALVANISMUS.
ACHT EN ZEVENTIGSTE LES.
Opwekking \an electricileit door aanraking m verschil,
lende sloffen, Galvanische electricileil of galvanismus.
Na over de electriciteit, die door wrijving wordt opgewekt, zooveel gezegd te
hebben, als wij ter bereiking van ons doel noodig oordeelden, willen wij thans
overgaan, tot de beschouwing der E, die op eene geheel andere wijze wordt
voortgebragt dan door wrijving. Wij willen vooraf door proeven ons met die
wijze van opwekking bekend maken.
Zet op een' goeden, zeer droogen goudblad-electrometer, eene rood koperen
])laat van 8 a 10 duim middellijn, en wel vertikaal, zoodat zy met een der
deelen van den rand aan de stang van den electrometer gehecht is; drukt nu aan
wederszijden tegen de vlakken dier plaat twee andere platen van zink, die aan
isolerende stangetjes bevestigd zijn; zoodra nu de zinkplaten aan de isolerende
handvaten worden weggenomen wijken de goudblaaajes uit elkander. Had men
eene zinken plaat op den electrometer gezet en deze mei twee koperen platen
aangeraakt, dan zouden ook na de verwijdering de goudblaadjes uit elkander
zijn geweken. Onderzoekt men de electriciteit, die door deze verrigting in den