Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
6o3
Als meü dit een en ander verneemt, moet men zich zeker verwonderen, dat
niet op alle torens, op alle kerken, op alle hooge gebouwen, bliksemafleiders
worden geplaatst; en inderdaad het is onverklaarbaar, waarom de gemeentebe-
sturen niet meer algemeen tot dezen veiligheidsmaatregel, die bewezen is deug-
delijk te zijn, hunne toevlugt nemen. Wil men eenige bewijzen voor het be-
schermend vermogen der bliksemafleiders ? — verneem dan het volgende, dat
nog met vele voorvallen zou te vermeerderen zijn.
De St. Michielskerk te Charlestown, welke van haren opbouw af om de twee
of drie jaar door den bliksem getroffen werd, bleef, toen men het gebouw eenen
afleider gaf, I4 jaren van die ramp bevrijd.
Op eeuen berg in Carinthië stond een kerktoren, waarde bliksem elk jaar
vier, vijf of meermalen insloeg, en die in 50 jaar tweemaal geheel afbrandde;
nadat meu nu den derden nieuw gebouwden toren van een' afleider had voor-
zien, bleef deze ongeschonden.
Den toren van Doesburg, die van 1736 tot 1782 ten minste zes malen door
den bliksem getroffen en beschadigd was, werd in laatst genoemd jaar een aflei-
der gegeven, en nu heeft hij reeds sedert meer dan 66 jaar geene schade onder-
vonden.
Na dit een en ander over deze nuttige uitvinding te hebben gezegd, kan het
niet ongepast heeten, om eenige aanwijzingen te geven, hoedanig de mensch zich
zeiven het best tegen de bliksemslagen kan beschermen.
Gaat nimmer gedurende een onweder onder of zeer nabij boomen staan. Hunue
toppen trekken natuurlijk de electriciteit tot zich, en daar hout een slechte ge-
leider is, zoo wordt door de overslaande bliksem de boom van elkander ge-
scheurd, en daar de electrische vonk altijd de beste geleiders zoekt, zoo bestaat
er gevaar, dat hij op het in zijne nabijheid zich bevindende menschelijke lig-
chaam overspringt. Vermijdt ook metalen goten, welke van hooge daken komen.
Sterk uitwasemende dieren en menschen trekken den bliksem tot zich: daarom
is het niet goed, dat vele menschen in eene kamer gedurende een onweder bij
elkander zijn.
De rook is een goede geleider; men plaatse zich dus gedurende het onweder
niet onder eenen met rook gevulden schoorsteen. Het openen van een venster bij
een onweder kan niet schaden, indien de drooge lucht der kamer daardoor niet
vochtig, en dus niet beter geleidend worde. Het openzetten van eene deur in
de kamer kan, indien de bliksem inslaat, veel nuttigheid hebben Het kan wel-
ligt goed zijn hierbij nog aan te merken, dat men zich in het opene veld het
veiligst plaatst niet, gehjk reeds is aangemerkt, nabij een' boom; maar op eenige
ellen afstands van dezen. Voor het overige is eene te groote voorzigheid doelloos
en onverstandig, daar er maar weinige voorbeelden bestaan, dat menschen door
den bliksem ziju gedood; onder millioenen zal er welligt jaarlijks slechts écu
zijn, wien dit ongeluk treft. Wel verre dat het onweder een' nadeeligen invloed
zou uitoefenen, is het eene der weldadigste verschijnselen iu de groote huishou-