Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
6ol
natuurlijk tegenovergesteld is aau de electriciteit der wolk, deze laatste veron-
zijdigt of in den natuurlijken toestand brengt.
In het tweede geval is ook de terugslag minder sterk dan de onmiddellijke
slag; er is geen voorbeeld van, dat daardoor brand veroorzaakt is, maar wel zijn
er voorbeelden van, dat menschen en dieren door zulk een' terugslag gedood
zijn; men vindt echter alsdan doorgaans geene sporen van verwonding.
De derde ontladiugswijze, de onmiddellijke slag, brengt doorgaans eene ver-
schrikkelijke uitwerking voort. Wanneer de bliksem op die wijze in de aarde
overslaat, boort hy dikwijls diepe gaten in den grond, doet het zand tot op eene
diepte van 8 tot 10 el smelten, en vormt alzoo de dus genoemde donkerkeilen of
donderkegels, die men meest in zandachtige streken vindt. Treft hij boomen, dan
scheurt hij die van elkander, slaat de splinters wijd en zijd, doet het hout
meestal verkolen of zet het in brand; aan den voet van den boom vindt men
meermalen een gat, door hetwelk de electriciteit zich in de aarde heeft ver-
spreid.' Slaat hij in eene kamer, dan wordt het huisraad soms door elkander
gesmeten, stukken metaal uit hout of steen gerukt, weggeslingerd, wel eens ge-
smolten en meestal eenige deelen van het huis in brand gestoken.
Gij ziet uit het laatst aangevoerde, dat de bliksem dus, even als de electrische,
door wrijving verkregene vonk, eene aanmerkelijke verhooging van temperatuur
te weeg brengt. Op hooge bergtoppen brengen de herhaalde bliksemslagen aan
de punten der rotsmassaas kenbare bewijzen van smelting voort. Verschillende
natuuronderzoekers namen de verglazingen, door die smelting voortgebragt, op
enkele bergtoppen waar.
De onmiddellijke slag, of het zoogenaamde inslaan van den bliksem, vordert
eene nadere overweging, want deze moet ons voeren tot de vermelding der
bliksemafleiders.
De bliksemstraal slaat, zooals wij ook uit onze electrische proeven hebben
kunnen afleiden, onder de goede geleiders bij verkiezing op diegenen over, welke
het naast bij hem zijn; dien ten gevolge zijn hooge voorwerpen, als boomen,
torens, masten, gevels, schoorsteenen, menschen en dieren op het vlakke veld,
het meest in gevaar, om door den bliksem getroffen te worden. Deze ligchamen
zijn op den oogenblik van het ontstaan des bliksems de geleiders, welke de te-
genovergestelde electriciteit der wolk aan deze uit de aarde toevoeren, of van
de wolk electriciteit overnemen, om op de aarde het evenwigt tc herstellen.
Deze waarheid bragt den reeds genoemden Franklin, in het midden der vorige
eeuw, op het denkbeeld, omgehouwen tegen de verschrikkelijke uitwerking van
den bliksem te beveiligen, en wel door op hunne hoogste deelen puntige meta-
len stangen te plaatsen, en de stangen, door andere, buiten om het gebouw
heen, met de aarde in eene geleidende verbinding te brengen. Zulke aaneen-
koppelingen van eenige staven heeten bliksemafieiders. Zij behooren zeker tot
de voortreffelijkste uitvindingen, welke men aan de kennis van de wetten der
electrische krachten heeft te danken.