Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.650
liet iiaastbijgelegene einde; want het geluid legt in elke seconde ongeveer
340 meters af. Daar nu het geluid van de verschillende punten der baan
steeds opvolgender wijze zijne ooren treft, zoo zal hij niet een' oogenblikkehj-
ken knal, maar een aanhoudend rollen des donders hooren, dat misschien nog
doorde echo in de wolken vermeerderd wordt. Wij hebben op blz. 287 de noo-
dige aanwijzing gedaan, volgens welke men over den afstand der onweerswolk
eenigzins kan oordeelen.
Het spreekt van zelf, dat zulke ver uitgebreide ligchamen als de wolken, be-
laden met electriciteit, een' zeer aanmerkehjken invloed op de oppervlakte der
aarde moeten uitoefenen. Laten wij de werking des bliksems op de aarde eens
wat van naderbij beschouwen,
Nemen wij aan, dat eene onweerswolk op 2000 tot 6000 meters hoogte bo-
ven de oppervlakte der zee zweeft, en dat zij positief-electrisch is, dan zal zij,
zooals bekend is, verdeelend werken: de positieve electriciteit in het water van
zich afstooten, de negatieve aan de oppervlakte van het water ophoopen. Die
ophooping of aantrekking kan zoo groot zijn, dat zij zelfs eene in betoog loo-
pende rijzing van het water voortbrengt, als het ware eenen waterheuvel doet
te voorschijn treden; de daar tusschen liggende lucht wordt door die werking
verdund, er ontstaan luchtstroomen, wervelwinden, waterhozen en dergelijke.
Deze toestand kan verder op drie verschillende wijzen eindigen:
1. doordien de electrische toestand van de wolk verdwijnt, zonder dat er
een ontladingsslag volgt, waardoor dan ook de natuurlijke toestand van het
water zich weder zal herstellen;
2. wanneer er een bliksemstraal tusschen de onweérswolk en eene andere
wolk, of tusschen de wolk en eenig verwijderd punt der aarde overslaat, en
de wolk plotseling ontladen wordt, waardoor dan ook de boven in het water
opgehoopte electriciteit weder terug, en de afgestootene weder toestroomt, en er
dus eeue plotselinge herstelling van het evenwigt, een terugslag plaats vindt,
die het water doet opstijgen en golven ; en
3. door het overslaan des bliksems, wanneer namelijk de onweérswolk nabij
en sterk genoeg geladen is, en welke onmiddellijke slag eene meer aanzienlijke
beweging en sterkere opbruising van het water veroorzaakt dan de terugslag.
Hangt de evengenoemde wolk boven het land, dan kan de electrische toe-
stand eveneens op drie wijzen eindigen, maar dan brengt zij, in het eerstge-
noemde geval, geene zigtbare werking voort, ofschoon het schijnt, dat zenuw-
achtige menschen eene eigenaardige aandoening daardoor ontvangen. Is de
wolk echter sterk electrisch, dan werkt zij op de aarde zoo zeer verdeelend,
dat zich, even als met puntige geleiders in de nabijheid van den geladenen con-
ductor geschiedt, op de punten vau torenstaugen, scheepsmasten en andere
hoog verhevene puntige geleiders, lichtende sterretjes of pluimen vertoonen,
die onder den naam van St. Elmusvuur bekend zijn. Het schijnt, dat alsdan de
uit de aarde langs deze punten naar de wolk toestroomende electriciteit, die