Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.638
meu op de middelste grensscheiding der platen de punten van twee naainaaldeu
tegenover elkander, zoodat zij niet tusschen het glas reiken, en verbindt men
met het andere einde der naalden de knoppen 6 en e van den algemeenen ont-
lader, dan wordt het glas door den slag verbrijzeld.
21". Vereenigt men de beide knoppen 6 en c door eeu dun yzerdraad, zoo
wordt deze door eene zwakke ontlading verwarmd, eene sterkere ontlading doet
hem roodgloeijend worden, en eene nog sterkere maakt, dat hij zich geheel in
kleine, gesmoltene bolletjes verdeelt, die ver weg worden heengeslingerd.
Met gouddraad doorspoimene zijde op dezelfde plaats tusschen b en e bevestigd
zijnde, levert een bewijs op, hoe ondenkbaar snel zich de electrische slag door
de deelen der geleidende stof voortplant; want het gouddraad vervliegt en wordt
bij den doorgang der ontlading geoxydeerd, terwijl de zijde niet het minst be-
schadigd wordt. Houdt men een wit papier tegen den draad, zoo ziet men na
den slag daarop eene breede bruingekleurde streep.
Zeer merkwaardig zijn de proefnemingen, welke ten aanzien van het smelten
en oxyderen der metalen, het ontsteken vau buskruid en brandbare vloeistoffen,
in het laatst der voorgaande eeuw door onze landgenooten Deimau en Paets
van Troostwijk zijn bekend gemaakt. Deze heeren mogen in enkele zaken, ten
aanzien van het al of niet oxyderen der metalen, zich vergist hebben, zooals
latere onderzoekingen, met betrekking tot de luchtsoorten, hebben geleerd,
hunne nasporingen zijn niettemin allezins belangrijk en hunne gevolgtrekkingen
in vele gevallen juist.
De hitte, die door de ontlading van Teylers reuzenbatterij wordt opgewekt,
is ongeloofelijk. Een ijzerdraad van 7 palm lang en een halve streep dik wordt
over de geheele lengte door de ontlading wit gloeijend en omringd door een'
lichtglans, die bij helder daglicht zigtbaar is. Een eind van 5 palm van boven
genoemden draad wordt gesmolten en als gloeijende ijzerkogeltjes ver in het
rond verspreid. Van een' veel dunneren ijzerdraad, dat in den handel bekend
is onder den naam vau N'. 16, wordt eene lengte van 25 el op eens gesmolten.
Kortere einden van dit draad worden plotseling in damp veranderd. Een stuk
kwartz geeft aan de scherpe hoeken, nadat er de ontlading is doorgegaan, zeer
zigtbare sporen van smelting.
Riess heeft bewezen, dat er een groot verschil is tusschen smelting door vuur
en die door de electrische vonk. Door het laatstgenoemde verschijnsel kan het
smelten intreden bij eene temperatuur, die ver beneden het smeltpunt ligt. Eerst
zegt hij, wordt door den ontladingsslag de draad aan stukken geslagen en
vervolgens gesmolten. De electriciteit smelt dus door gelijktijdig het ligchaam
oneindig fijn te verdeelen en te verwarmen.
22'. Men heeft verscheidene inrigtingen tot stand gebragt, om te bewijzen, dat
de electrische vonk warmte voortbrengt, en om te onderzoeken wat hierop invloed
uitoefent. Onder de voortreffelijkste middelen daartoe telt men den luchtthermome-
ter van Riess, Kinnersley heeft tot dat einde den volgenden thermometer bestemd