Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.629
ZES EN ZEVENTIGSTE LES.
Aanwijzing van eenige der raerkwaardigsle proeven, die mei
de electriseer-machine of mei wrijvings-eleclriciteil
kunnen genomen worden.
Fig. 380.
Wij willen ons thans onledig houden met het be-
schrijven van eenige merkwaardige of vermakelijke
proeven, die met de wrijvings-electriciteit kunnen ge-
nomen worden, en daarmede het getal der reeds ver-
melde vermeerderen. Er zullen hierbij verscheidene
nieuwe eigenschappen der electriciteit kunnen worden
opgemerkt.
1'. Zet men op den te ladenen conductor c een koi)eren
staafje a (zie fig. 380) aan welks einde eenige zijden dra-
den of lange smalle papierreepjes 6 zijn gebonden of beves-
tigd, zoo gaan na de lading de draden of papierfranjes allen
overeind staan; zij vallen echter aanstonds weder, wan-
neer men er met geleidende stoffen, bjj voorbeeld met
rook of damp bij komt. Men bezigt bij deze proef ook
wel eeue nabootsing van een menschelijk hoofd, waarop
lange haren zijn bevestigd. Het verschijnsel verkrygt
dan door het overeind staan der haren iets belagchelijks.
2*. In een' ijzeren lepel laat men een stukje zegel-
lak of kamfer branden, nadert alzoo met den lepel den
conductor, en blaast in zijne nabijheid de vlam plotse-
ling uit. Beide stoffen vertoonen dan na de bekoeling
een aantal fijne punten: een bewijs van het aantrekkend
vermogen der electriciteit.
3°. Men giet een weinig wijngeest in een metalen lej»el, verwarmt het even
boven de vlam eener lamp, maakt vervolgens den lepel aan den ongeladenen
conductor vast, laadt dezen nu door het omdraaijen der schijf, en nadert ein-
delijk met den vinger de vloeistof. Er springen nu vonken uit den lepel, dwars
door den wijngeest heen, op den vinger over en de vloeistof geraakt in vlam.
Door een weinig zwavelether in den lepel te gieten, kan men die ontbranding
ook zonder verwarming verkrijgen. Fig. 381 maakt duidelijk, dat men ook den
lepel in de hand kan vatten en op den wijngeest eene vonk uit den geleide
die aan den knop e van den geladenen conductor hangt, kan laten overspringen.
Hetzelfde kan men verrigten, door zich op een isolecrbankje te plaatsen, den