Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.624
afgestooten eu iade goudblaadjes opgehoopt; deze worden dus door —£ van elk-
ander verwijderd. Raakt men nu de onderzijde van de plaat c aan, dan wordt
de afgestooten —E door ons ligchaam afgeleid en de goudbladen vallen wéér te
zamen. Er blijft niet te min in de plaat c positieve electriciteit door de —E van
den hars- of gutta-percha-koek gebonden, hetgeen duidelijk wordt, wanneer men
den koek wegneemt: de goudblaadjes wijken dan met +E, die nu vrij gewor-
den is, van elkander. Verbeeldt u nu eens, dat weder alles als in den beginne
is gesteld, namelijk, de harsplaat —E gemaakt, door haar met een kattenvel te
slaan, en de onderzijde der plaat aangeraakt« om de afgestootene —E af te lei-
den. Legt men nu boven op den harskoek een van een glazen haiïdvat voorzien
metalen plaatje, zoo groot als dat van den electrometer, dan werkt ook de—E van
den harskoek verdeelend op de heide electriciteiten der bovenste plaat, en wel
zoodanig, dat de -f-E van deze aan haren onderkant wordt opgehoopt en de
—E naar de bovenzijde wordt afgestooten. Raakt men nu de bovenzijde der bo-
venste plaat aan, dan wordt aldaar de afgestootene —E afgeleid; de -|-E der
onderzijde wordt nu door de —E van den harskoek gebonden, terwijl de eerste
ook weder bindend op de laatste werkt, of, wat bijna hetzelfde is, de kracht der
—E voor zich alleen bezig houdt. Juist om deze laatste reden, en omdat de bo-
venzijde van den harskoek door het slaan sterker —E is geworden dan de on-
tlerkant, kan de — E van den harskoek niet meer verbindend werken op deH-E j
der onderste plaat; deze wordt derhalve vrij en de goudblaadjes wijken met -|-E
van elkander.
Ziedaar de gronden ontwikkeld, waarop de geheele zamenstelling van den elec-
trophoor berust. Thans volgede beschrijving van dit werktuig.
De electrophoor bestaat :
r. Uit eene ronde schijf of liever eenen schotel, gemaakt van eene gelei-
dende «tof, dat is: van tin, geel koper, gewoon blik, ijzer of hout, welk
laatste met verzilverd papier of bladtin is bedekt, eu rondom voorzien van een
opstaand randje, dat omtrent 4 of 5 streep hoog is. Dit deel heet de basis, ,
de vorm of ook wel de 5c/»ote/; ab in fig. 376 stelt u den schotel in doorsnede
over de middellijn voor.
2*. De door den rand omslotene ruimte,
l'ifj. 376. of liever het binnenste van den schotel,
wordt vol gegoten met eene gesmoltene hars-
achtige zelfstandigheid, waarvan wij de za- i
menstelling op bladz. 584 hebben opgege- |
ven en die ons gebleken is allervoortreffe- [
hjkst te werken; nog eens herhalen wij. dat
meu het mengsel niet te heet moet maken.
Is deze zelfstandigheid in den schotel gego-
ten, zoo verwijdert men alle vuile stoffen
van de oppervlakte. Zijn de verschillende