Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.622
Fig. 375.
invloed op de sterkte der vonken, maar niet op den outladingsafstand of de
slagwijdle.
Voegt men er koperdraad, platinadraad of water tusschen, dan zyn de von-
ken in het eerste geval het sterkst, in het laatst het zwakst.
Andere merkwaardige wetten zullen wij later vermelden.
Nog twee werktuigen, wier inrigting ook geheel hernst op de wetten, die wij
aangaande de gebondene electriciteit hebben ontvouwd, moeten thans vermeld
worden. Het eerste is de condensator, een werktuig, dat in 1782 door Volta, pro-
fessor in de Natuurkunde te Pavia, werd uitgevonden. Het dient om electriciteit
te binden, te verdikken, op te hoopen. In zeker opzigt zijn de franklinsche
plaat en <le leidsche flesch dus ook condensators; maar men geeft dien naam bij
voorkeur aan zulke werktuigen, bestemd om zwakke sporen, om zeer kleine hoe-
veelheden van electriciteit door verdigting of ophooping kenbaar te maken. De
condensator is in het wezen der zaak weder eene wijziging van de franklinsche
plaat. De koperen platen ab en cd (zie fig. 375), die van isolerende handvat-
ten e en m zijn voorzien, vervangen de beide bekleedsels
bladtin der franklinsche plaat; en de laag vernis, die on-
der op de plaat ab en boven op de plaat c rf is gestreken,
en uit gomlak bestaat, dat in wijngeest is opgelost, ver-
vangt de plaats der glasplaat van het meergemelde werk-
tuig. Legt men nu de beide platen op elkander, waardoor
zij slechts door de dunne laag vernis gescheiden zijn, dan
hebben zij veel boven de franklinsche plaat vooruit; want
de beide metalen platen kunnen vooreerst van elkander
genomen worden, en wegens de dunheid der vernislaag
bevinden zij zich veel nader bij elkander dan het bladtin
bij genoemd werktuig, waardoor dus eene sterkere bin-
ding der electriciteit mogelijk wordt. Houdt men nu te-
gen den knop n der onderste plaat eeu zeer zwak electrisch ligchaam, terwijl
men het bovenvlak ab met den vinger afleidend aanraakt, zoo wordt, na eerst
den vinger en dan het electrische ligchaam te hebben verwijderd, de onderste
plaat eveneens geladen als de zijde cd (zie fig. 367) der franklinsche plaat; en
even als in dit werktuig de zijde cd na de aanraking van het blad c'rf' al de
electriciteit van den conductor tot zich nam, zoo neemt ook de plaat cd van den
condensator al de electriciteit van het te onderzoeken ligchaam over.
Is alzoo de onderste plaat cd geladen, dan wordt de bovenste in dier voege
van de onderste afgenomen, dat alle deelen der beide platen op eenmaal zich
gehjktydig van elkander verwijderen; want nam men de plaat ab in eene scheeve
rigting weg, dan zou de eleclriciteit zich daar, waar de platen het laatst in
aanraking waren, sterk ophoopen en door de dunne laag vernis overspringen.
De beide platen alzoo van elkander verwijderd zijnde, wordt de in cd opge-
hoopte electriciteit vrij, cn aan een' eleclrometer zeer merkbaar.