Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.613
zich aan het kogeltje heeft medegedeeld, en waardoor de beide ligchamen elk-
ander afstooten. Raakt men nu de vlakte cd aan, dan ziet men van deze eene
zwakke vonk op de hand o verspringen; de vrije -f-E vloeit weg, de slinger m valt
neder, maar m' verwijdert zich van de vlakte c cC; een bewijs, dat daar thans
meer electriciteit aanwezig is dan op het vlak cd, met andere woorden, dat
daar een deel electriciteit vrij is. Dit spel kan men zoo dikwijls herhalen als
men verkiest: telkens springen erbij aanraking zwakke vonken over, en telkens
springt er ook een balletje op van het tegenoverstaande vlak. Het spreekt vanzelf,
dat bij deze herhaalde aanraking de electriciteit hoe langer hoe zwakker wordt,
ja dat men zelfs zoo doende beide metaalvlakken geheel zou kunnen ontladen.
Men kan de ontlading van de vlakken ook plotseling verkrijgen ; hiertoe
behoeft men slechts de platen te gehjk met de handen aan te raken, of ze
op eene andere wijze door middel van eenen geleider, dien men om den
rand van de glasplaat heen buigt, met elkander in verbinding te brengen; in
dat geval gaan de opgehoopte, elkander tegenovergestelde electriciteiten langs
den geleider tot elkander over. Het werktuig, dat men hiertoe gewoonlijk als
geleider gebruikt, noemt meu ontlaadtang-, zij is onontbeerlijk jjij het doen van
electrische proeven, en bestaat (zie fig. 369) uit twee gebogene geelkoperen
359^ staven c6 en c b'; elk van deze is aan het eene einde voor-
zien van een' knop b eu b\ terwijl de beide andere ein-
den uitloopeu in een scharnier c, om hetwelk zij be-
weegbaar zijn; elke staaf heeft een isolerend glazen
handvat m eu m. Hoewel deze soort van ontlaadtang vele
voordeelen aanbiedt, rigt men haar gewoonlijk anders
in, en geeft haar even boven het scharnier c een enkel
glazen handvat. Brengt men nu den knop b met het bekleedsel cd (zie fig. 367)
van dc franklinsche plaat in aanraking, dan zal, indien wij aannemen, dat die
zijde eenige vrije ^-E bezit, deze laatste zich over den geleider b c b' (fig. 369)
verspreiden; hierdoor wordt dau ook weder een gedeelte van de electriciteit der
inetaalvlakte c d' vrij, en deze —E hoopt, door de aantrekking, die zij uitoefent
op de —f-E der stang, in den knop b', welke zich nabij haar bevindt, de H-E
op. Hoe nader nu de knop 6' bij het metalen vlak c (C komt, des te grooter
gedeelte van de -f-E van het aangeraakte vlak c d zal naar den kiiop b' over-
stroomen, tot eindehjk de spanning aldaar sterk genoeg is, om de luchtlaag door
te breken; alsdan springt de electriciteit over als eene vonk, die een zeer helder
licht bezit, en een' sterken knap, ontladingsslag, laat hooren; de ontlading is daar-
door nu bewerkt. Ware de knop b' het eerst in aanraking geweest met de vlakte
c d', die geene vrije —E bezat, dan zou er toch, wanneer de knop b nabij de
vlakte cd, waar vrije -}-E aanwezig is, gehouden werd, eene ontlading gevolgd
zijn; want de vrije -f-E van de vlakte c d zoude dan verdeelend gewerkt hebben
op de nog verbondene electrische vloeistoffen in den knop b; ten gevolge daarvan
zou dat gedeelte -{-E geene bindenile kracht meer kunnen uitoefenen op de tegen-