Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.625
tigen geleider de tegenovergestelde electriciteit aan, om zich in een'natuurlijken
ofonzijdigen toestand te brengen.
Daar het nu met hoeken en scherpe kanten eveneens als met de punten is
gesteld , zoo is het noodzakelijk, om bij geleiders, die bestemd zijn, om de elec-
triciteit te bewaren, alle hoeken, punten en kanten te vermijden.
Men ziet uit dit een en ander de zeer groote voordeelen, die de bolvorm des
conductors B en zijnen ring E opleveren (zie fig. 349).
8'. De krachten, met welke de electriciteit van een geïsoleerden geleider zich tracht
tc verwijderen, staan tot elkander als de guadraten der digtheden van de electriciteit,
die over dien geleider is verspreid.
Indien bij voorbeeld twee geïsoleerde, gelijknamig geülectriseerde geleiders
elkander met eene zekere kracht afstooten, zoo zal die afstooting dubbel zoo
groot zijn, wanneer een der geleiders dubbel zoo sterk geladen wordt; verdubbelt
men ook de lading des anderen, zoo zal de afstooting 4 maal zoo groot zijii:
eene verdubbeling der geheele lading derhalve van een enkelen conductor be-
werkt eene 4 grootere afstootende kracht van de deelen der electrische
laag onderling; want de neiging der electriciteit, om zich van eenen geïsoleerden
geleider te verwijderen, is een gevolg van het afstootend vermogen dat de E,
welke over zijne geheele oppervlakte is verspreid, op de E van elk deel dier
oppervlakte uitoefent; of wij ons nu twee geleiders voorstellen of twee deelen
\i\u de oppervlakte eens enkelen geleiders is hier geheel hetzelfde. Men ziet
hieruit, waarom het verlies van E eens geïsoleerden geleiders naar evenredigheid
veel sterker toeneemt dan de grootte der lading.
VIJF EN ZEVENTIGSTE LES.
Over de eleclriciteit • die op eenen afsland wordt opgewekt.
Gebondene en vrije electriciteit. Franklinsche plaat.
Leidsche flesch. liet melen der electrische
krachten. Condensator.
op bladz. 583 en 584 is gezegd, en verschillende proefnemingen hebl)en het
ons bewezen, dat gelijksoortige of gelijknamige electriciteiten elkander afstooten,
en ougehjknamige elkander aantrekken. Deze waarheid kwam eenigzins overeen
met de verschijnselen, die zich ten aanzien der polen van eenen magneet op-
deden. Er was intusschen hier geene blijvende polariteit merkbaar. Wij zullen
thans weder electrische verschijnselen zien optreden, die met de magnetische
vrij wel overeenstemmen.
Men herinnert zich ongetwijfeld, dat de magneet, wanneer hij in de nabijheid
van de ijzerdraadjes ab en a'b' (zie bladz. 516) kwam, deze ook magnetisch