Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
42
zij allen even sterk worden aangetrokken. Indien toch de kracht van aankle-
ving der plaat aan de vloeistof (adhesie) grooter is dan de kracht van zamenhang
tusschen de deeltjes der vloeistof, (cohesie) worden deze laatste van elkander ge-
trokken, en dit moet dus in de gestelde gevallen gelijke uitkomsten geven. Alleen
verandering van vocht vermeerdert of vermindert derhalve de aanklevingskracht.
De aantrekking, waarvan wij in deze les hebben gesproken, die jiamelijk tus-
schen gelijksoortige en ongelijksoortige ligchamen zich vertoont, wanneer hunne
oppervlakten met elkander in aanraking gebragt zijn, wordt met een vreemd
woord adJtésie genoemd. Gij hebt deze reeds dikwijls kunnen waarnemen : wan-
neer gij de hand in het water steekt, komt zij er nat uit, de vochtdeelen kleven
aan de hand. Van daar ook, dat het vocht, indien het uit een pot of eenetlesch
wordt gegoten, voor een gedeelte langs de wanden van het vat vloeit en er ver-
volgens druppels aan blijven hangen. Dompelt men de hand in kwikzilver, of
giet men kwikzilver uit eene flesch, zoo zal in het eerste geval de hand er zuiver
en droog uitkomen, en in het laatste het kwik niet langs de flesch vloeijen, noch
druppels achterlaten, omdat de aantrekking tusschen de kwikdeelen onderling
veel sterker is, dan die tusschen de kwikdeelen en de hand of het glas.
Ook vochten kleven aan andere vochten, zoo als blijkt wanneer men een druppel
lampolie op eene watervlakte giet; immers de olie breidt zich dan snel uit.
Ook gassoorten hechten zich aan vaste ligchamen en vochten. Dit ziet men
dikwijls aan de luchtbellen, die aan het glas blijven hangen, wanneer men er wa-
ter ingiet; en dat ook lucht zich aan water en vaste stoffen hecht, is door me-
nigvuldige proefiiemingen overtuigend bewezen; de vermelding en verkla-
ring dier verschijnselen zou ons evenwel te uitvoerig doen worden.
Nog eene soort van aantrekking verdient vermeld te worden. Dompelt men twee
zeer dunne glazen pijpjes of haarbuisjes, verschillende in wijdte, in een glas met
water, zoo klimt het water er van binnen in op; doch slechts tot eene zekere
hoogte, want de kracht van aantrekking dezer buisjes is maar juist groot genoeg,
om zulk een kolommetje water op te houden, als er in elk pijpje blijft staan. In
het naauwe buisje staat evenwel het water hooger dan in het wijdere. — Dit is
in het algemeen zoo: hoe naauwer de buis is, hoe hooger het water erin op-
klimt. Had de naauwe buis de helft vande wydte der andere, het vocht zou
er dubbel zoo hoog in opstijgen; bij een derde der wijdte, 3 maal zoo hoog, enz.
Dit laat zich daaruit verklaren, dat naauwe buizen zeer ligte kolommen water
opnemen, die door eene bijna gelijke hoeveelheid glasdeeltjes worden aangetrok-
ken, als bij eenigzins wijdere buizen zwaardere kolommen water worden opge-
houden. De aantrekking der haarbuisjes noemt men met een Vreemd woord capil-
lariteit.
Het is opmerkelijk, dat, wanneer men eene glazen buis in kwik dompelt, het
metaal, in plaats van te klimmen, in de buis tot o]) eene zekere diepte, onder de
oppervlakte van het buiten de pijp gelegene kwik, daalt; juist het tegenoverge-
stelde van heigeen bij het water plaats had. De reden hiervan is, dat de kwik-