Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.594
wrijving van den met waterdeelen vermengden, zeer snel uitstroomenden stoom
tegen de wanden van de uitstroomingsopening; 2', dat het, zoo men veel kracht
wil opwekken, verkieslijk is, om met den uitvloeijenden stoom reeds verdikten
stoom of waterdroppels te doen medestroomen, ten einde daardoor de wrijving
te vermeerderen; 3*. dat de ketel negatief en de stoom positief-eleclrisch wordt,
en de gelijktijdige aanraking van ketel en stoom derhalve niet anders is, dan het
tot stand hrengen eener vereeniging der beide electrische vloeistoffen, waarover
wij nader zullen handeleu.
Het spreekt van zelf, dat men nu ook stoom-electriseermachines trachtte
zamen te stellen eu deze al meer en meer volmaakte. Zie hier op welke wijze
men die werktuigen inrigt.
Fig. 354 geeft al aanstonds een denkbeeld van het geheel, en wel van eene
stoom-electriseer-mach'ne van middelbare grootte.
De stoomketel A heeft eene middellijn van 4>4 P^^li" en eene lengte van 9,6
palm, en rust op vier glazen pooten aaaa. Die te Londen in het polytechnisch
instituut is 2 el lang en 11 pahn in middellijn.
In figuur 353 ziet men den ketel in doorsnede, en het blijkt dus, dat de stook-
Fig. 353. plaats b met hare roosterstaven m n, zooals by de meeste
ketels op de stoombooten het geval is, inwendig in den
ketel ligt, en geheel door water crfe is omringd; de rook
ontsnapt door den aan den ketel verbondenen schoor-
steen B (fig 354); de deur der stookplaats ligt in D,
waaronder openingen zijn voorde trekking van het vuur.
Boven op den ketel bevindt zich eene soort van hoed
C, op welken eene korte buis d van geel koper is beves-
tigd, die door eene kraan e kan gesloten worden; uit
deze buis kan men dus naar verkiezing deu stoom laten ontsnappen.
Vóór den hoed Cligt eene veiligheidsklep p, die vaneen verschuifbaar gewigt
0 is voorzien, en derhalve wordt gesloten even als de klep, welke vroeger by
de stoomwerktuigen is beschreven; het gewigt o kan zoover naar het eind ge-
schoven worden, dat de stoom omtrent 7 pond drukking op een vierkanten duim.
dat is omstreeks 7 dampkringsdrukkingen moet uitoefenen, om dc klep te openen.
Aan de in de figuur niet zigtbare zijde van den ketel bevindt zich eene omge-
bogene glazen buis, die boven en onder met den ketel gemeenschap heeft, en
waaraan men dus de hoogte van den stand des waters kan bespeuren.
Ten einde nu eene groote wrijving van den ontsnappenden stoom en het me-
taal tot stand te brengen, stelt men eene of meer buizen op den ketel, die allen
met de opening d gemeenschap hebben. Elke buis of uitstroomingsopening is
ingerigt, zooals fig. 355 dit in doorsnede voorstelt. Boven aan de opening q is
een stuk geel koper rs vastgeschroefd, iu hetwelk weder een ebben houten
blokje vliw steekt, dat eigentlijk dus het einde van de uitstroomingsbuis q
uitmaakt. Deze doorboorde houten ciUnder v ti w wordt door eenen in het stuk