Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.74
rs gevoerd, loodregt staande op de eerstgenoemde lijn. De rigting mn noemt
Faraday de axiale en de tweede r^ de aequatoriale; namen, welke ook wij duidelijk-
en kortheidshalve zullen behouden. De rigting mn of de axiale nemen al de
magnetische ligchamen aan, dat is al dezulken, die door een' staafrnagneet
worden aangetrokken. De aequaloriale rigting rs verkrijgen die zelfstan-
digheden, welke door de beide polen vau deu staaf-magneet worden afge-
stooten.
De staaftnagneet, die Faraday bij dit onderzoek aanwendde; was 7 palm lang,
had 7 duim middellijn en droeg aan elke pool ongeveer 50 kilogrammen. Ook
deze werd op de nader te beschrevene wijze magnetisch gemaakt.
Wij willen thans eenige der merkwaardigste verschijnselen mededeelen, die er
zich bij de proefnemingen met den magneet opdeden.
1'. Het is zeer opmerkelijk, dat bij het diamagnetismns de beide polen van
den diamagneet gelijkelijk werken, dat er geene polariteit hoegenaamd iu het ver-
schijnsel wordt opgemerkt, en dat het vermogen van deu boven aangewezen
toestel, om magnetismus iu eeu of ander ligchaam te openbaren of op te wekken,
zoo verbazend groot is, dat het zelfs zeer moeijelijk valt, niet magnetisch schrijf-
papier tot het maken van het bovengenoemde beugeltje te vinden. Indien meu
het papier onderzoekt, teu einde een stuk te verkrijgen, dat volstrekt geen mag-
netismus bezit, ontdekt men, dat het zich meestal in de rigting plaatst der lijn
m n, die de beide polen vereenigt, dat het derhalve magnetisch is, en dien teu
gevolge ongeschikt om er voorwerpen in te hangen.
2°. Geloofde men tot heden toe, en zelfs op gezag van Faraday zelvea, dat
het ijzer, tot wit gloeijens toe verhit zijnde, volstrekt alle magnetische eigen-
schappen had verloren, en noch door den magneet aangetrokken werd, noch
door eene verdeelende of opwekkende werking magnetisch konde worden, de
proeven met Teylers hoef bewezen thans het tegendeel. Toen men namelijk een
ijzerdraad tot wit gloeijens toe verhitte, en een zeer krachtige bundel van mag-
neetstaven daarop geene de minste uitwerking toonde, werd het ijzer, aan de
werking van den hoefmagneet blootgesteld zijnde, niet alleen snel axiaal gerigt,
maar het vertoonde ook polariteit en vloog zelfs tegen den magneet aan, zoodra
deze zijne kracht konde ontwikkelen.
3'. De stoffen worden in zeer verschillende graden door den magneet afge-
stooten of aangetrokken, dat is, met zeer verschillende snelheden in de axiale of
aequatoriale stelling gevoerd, indien men haar in eene andere rigting draait.
Van al de tot hiertoe onderzochte ligchamen wordt het ijzer het sterkst aan-
getrokken en bismuth het meest afgestooten.
4'. Faraday heeft eene reeks zamengesteld; waarin eenige bekende stoffen
ten aanzien van de sterkte der magnetische kracht voorkomen. Deze reeks is
door Plücker, een* der ijverigste onderzoekers in dat opzigt, aanzienlijk ver-
meerderd. Zie hier eenige bekende stoffen.