Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.569
Zuidzee, op omtrent 73' 4?'zuiderbreedte en 169'30'oosterlengté, ten noord-
westen van deu magnetischen zuidpool vindt, tot de kleinste, die men op 19' 59'
zuiderbreedte en 70* 24' westerlengte, in den Atlantischen oceaan heeft waar-
genomen, omtrent staat als 3 tot 1. Gij bemerkt uit deze opgaven, dat noch de
geringste kracht op den magnetischen evenaar, noch de grootste in de magnetische
pool valt, iets, dat men nog op geene gegronde wijze verklaren kan.
De plaatsen, waar de grootte der kracht gehjk wordt bevonden, heeft men
ook door lijnen trachten te vereenigen, en deze lijnen van gelijke kracht of isody-
namische lijnen genoemd, en men heeft ook deze op kaarten zigtbaar gemaakt.
Met rustelooze vlijt hebben geleerde reizigers in alle werelddeelen en op vele
plaatsen der wereldzee getracht, de isogonische, isoclinische en isodynamische
lijnen aan te wijzen. Nog zijn zij onafgebroken daarmede bezig. Ja, de belang-
stelling van de meeste natuurgeleerden is in zulk eene hooge mate gaande ge-
maakt in de kennis van de wetten, volgens welke het aardmagnetismus werkt,
dat er over de geheele aarde tegenwoordig waarnemingsplaatsen voor die kracht
gevestigd ztjn , en dit alles heeft men hoofdzakelijk aau den wereldvermaarden
Humboldt te danken.
De bekendheid met de bovengenoemde waarnemingen is voor den zeeman vau
het hoogste belang, en men ziet er uit, dat de aanwijzing der isogonische en isocli-
nische lijnen den zeevaarder in sommige gevallen zou kunneu dienen, om op
den onmetelijken oceaan, verstoken zijnde van andere hulpmiddelen, dan de mag-
neetnaald, zeer nabij de plaats te leeren kennen, waar hij zich bevindt. Ziet,
dit is wel onze opme/king waardig !
Behalve de vermelde geregelde veranderingen in de stelling der magneetnaald,
zijn er nog oorzaken, die hare rigting plotseling veranderen. Onder al deze oor-
zaken werkt het noorderlicht het sterkste. Reeds aan den morgen van den dag,
in wiens nachtelijke uren het noorderlicht zich vertoonen zal, verkondigen de
onregelmatige schommelingen der naald eene storing in het evenwigt van het
aardmagnetismus. Verschijnt eindelijk het licht aan den hemel, dan is de naald
in bestendige beweging en ondergaat aanzienlijke afwijkingen. Ook op de helling
der naald en op de kracht van het aardmagnetismus oefent het luchtverschijnsel
invloed uit, en niet alleen op de plaats, waar het noorderlicht zigtbaar is, ver-
toont zich de naald onrustig, maar zelfs op ver verwijderde plaatsen, waar geen
spoor van licht te vinden is; — hoewel de schommelingen daar het grootste zijn,
waar het licht het sterkste is. Alzoo kunnen dan de onregelmatige schommelin-
gen vau eene kleine naald verraden, dat erop duizenden uren afstands, iu de
poolgewesten, aan den hemel een prachtig natuurverschijnsel wordt waargenomen!
Aardbevingen en vulkanische uitbarstingen werken ook zeer sterk op de mag-
neetnaald, en somtijds brengen deze eeue blijvende verandering in hare stelling t»
weeg. Ook in dit opzigt wordt de magneet in een zeer raadselachtig kleed gehuld.
Uit den aard van den invloed, dien de aarde op eene vrij zwevenden
magneet uitoefent, is gemakkelijk te zien, dat de magneetkracht er slechts rigtend