Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.62
ter genomen, zoodat bij het deel 5 de kracht a z zrz n 6, bij het deel 6, c r =
dn is gemaakt, en zoo ook bij de overigen; maar c x is grooter dan a z of n6 en
e z grooter dan c z of n d genomen, bijgevolg moet er tusschen de deelen 5 en 6,
alsmede tusschen 6 en 7 vrij zuidmagnetismus overblijven; want trekt men n 6
van het deel c t, zoo blijft er een deel vrij zuidmagnetismus over, welk deel op
de staaf N Z door een pijltje t is kenbaar gemaakt. Dit vrije zuidmagnetismus
neemt bij elk deeltje in grootte toe, daar voortdurend de overblijvende vrije
deelen zich ophoopen, dat ook in de beneden teekening iV Z is duidelyk gemaakt.
Doch zoodanig kan de verdeeling der magneetkracht over de staaf niet zijn,
want dan zou de eene helft vrij zuidmagnetismus bezitten, dat aan het einde
plotseling in noord magnetismus zou overgaan, terwijl de andere helft vrij noord-
magnetismus zou doen kennen, en het eind zuidmagnetismus; dit toch wordt
door de ervaring wedersproken.
3. Sttllen wij nu ten slotte, dat de moleculaire magneetkracht in het midden
het grootste is, zoo verkrijgt meu eene ongedwongene verklaring. Fig. 339 zal
ook zonder nadere
lig. 339. uiteenzetting wel
duidelijk maken,
hoedanig men hier
de zaak te verstaan
hebbe, en daar
deze beschouwing
inderdaad met de
ondervindingover-
eenkomt, zoo mo-
gen wij vaststellen,
dat de magnetische
polariteit der dee-
len in het midden
het grootste is.
Door deze theorie verkrijgt van Rees eene natuurlijke verklaring van het toe-
nemen der magnetische polariteit van twee tegen elkander liggende staven (zie
fig 337) het magnetisch worden van ijzer op een' afstand in het verlengde
des magneets geplaatst, enz.
(I. Door het meten der slingeringen eener vrijzwevende naald heeft men ook
de overtuiging gekregen, dat er voor elk soort \an staal een oogenblik is dat
men het door bewerking geene grootere magneetkracht kan bijzetten; wanneer
dat hoogste punt van magnetismus bereikt is, noemt men het staal magnetisch
verzadigd.
Behalve de slingeringsmethode heeft men nog andere wijzen om de magneet-
krachten met elkander te vergelijken, maar wij zijn verpligt deze, tot vermijding
van te groote uitgebreidheid, stilzwijgend voorbij le gaan.