Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.361
ten duidelijkste bevestigd, dat de magneetdeeltjes in het midden niet zonder
magneetkracht zijn. Van Rees heeft bewezen, dat die kracht ]\xi&i disiVy juist op
de neutrale- of middellijn het grootste is. Zie hier zijne redenering.
Laten 1, 2, 3, 4 (zie fig. 337) magnetische moleculen zijn, deeltjes der-
^^^ halve van eene on
eindig kleine afme-
ting. De gescha-
duwde helften zul-
len verder de noord-
en de andere de
zuidzijden voorstel-
len. Laten verder de,
loodregt op de ein-
den dezer deeltjes
staande, gehjke lij-
nen n en s de grootte verl>eelden der noord- en zuidmagnetische kracht van elk
deeltje, zoodat wij derhalve vooreerst aannemen, dat al de deeltjes gelijke mag-
neetkracht bezitten. Nu kan men, ten gevolge der oneindig kleine afstand der
deeltjes, vooronderstellen, dat de krachten r en n op punten werken, die midden
tusschen de magneetmoleculen liggen. Dezuidmagnetischekrachtena vernietigen
in al die punten de noord-magn. n en omgekeerd, dat wil zeggen, zij binden elkan-
der geheel en al, en laten geene werking naar huiten blijken. De geheele magneet
Z N zou derhalve over zijne geheele lengte geen spoor van magnetismus ver-
toonen, maar alleen aan de beide einden zou er ongebonden of vrij magnetismus
der deeltjes 1 en 9 overblijven. Daar er echter zulk eene krachtsniting bij den
magneet geenszins plaats grijpt, zoo kan men niet aannemen, dat de magneet-
i kracht der moleculen over de geheele lengte even groot is,
2. Nemen wij nu aan (zie fig, 338), dat de kracht van de middelste deeltjes het
zwakst is, en naar
338.
de einden toeneemt.
De lijnen, die de
zuid- en noordmag
netische kracht van
elk deeltje voorstel-
len, zijn bij allen ter
weêrzijde even lang
genomen, maar bij
elk, van het mid-
den afgerekend ver-
der liggend deeltje,
overeenkomstig de
onderstelling, groo-
25