Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
ëS6
blad uitstekende, en schudt het ijzervijlsel tusschen de polen in, tengevolge waar-
van de massa ijzerdeeltjes den afstand der polen aanvult; vervolgeus kneedt men
de door het magnetismus zamenhangende ijzerdeelen wat digter aan elkander,
zoodat er tusschen de polen eene soort van dikken draad door gevormd wordt,
bevochtigt daarna de ijzerdeelen met olie of water, en maakt ze door middel van
de alkohollamp en glasblazerspijp tot gloeijens toe heet. Het ijzer oxydeert nu
voor een deel en vormt thans eene zamenhaugende massa, die meu voorzigtig
tusschen de polen wegneemt; men heeft alsdan een' blijvenden magneet.
Om magneten hunne kracht niet te doen verliezen, legt men ze paarswijze op
eenigen afstand naast elkauder met de gelijknamige polen in tegenovergestelde
rigting, en sluit de uiteinden met stukkeu week ijzer N zenn Z (zie fig. 330).
Men drage ook zorg, om niet de ge-
Fig. 330.
iV^

lijknamige polen van twee iu sterkte
zeer veel verschillende magneten met
elkander iu aanraking te brengen, want
dan overwint de sterkere den zwakkeren
iïi ■ ■ liü-"^ en verwisselt de polen des laatsten in
tegenovergestelde. Ook vermijde men
vooral, om bij een' hoefmagneet een ijzeren voorwerp vau een der polen naar
de kromming te laten glijden. De verklaring der strijkmethode geeft de reden
daarvan aan de hand.
Indien men een' magneet wit gloeijend maakt, verliest hij schier al zijn mag-
netismus. De natuurlijke magneet kan na de bekoeling zijne vorige kracht niet
meer terug ontvangen, en de coercitiefkracht van deu kunstmagneet is geheel
verstoord; evenwel kan hem deze, na behoorlijke harding, weder worden terug-
gegeven. Verhitting van een' magneet is in het algemeen nadeelig.
Vroeger waarschuwde men ook tegen het afrukken van het anker des mag-
neets, en schreef voor, dat men het anker altijd van de polen moest scAmVen.
Logeman intusschen noemt het afrukken van het anker zijner magneten geheel
onschadelijk. Hij raadt alleen aan, om ze op eene drooge plaats te bewaren op-
dat ze niet zullen roesten. Om de draagkracht van eeneu magneet te bepalen, dat
is de hoeveelheid ponden, die hij dragen kan, hangt men aan de polen alspoolstuk
een stuk yzer en bezwaart dit, door middel van een schaaltje, met gewigt. Deze
handelwijze tot bepaling van het draagvermogen, wezen wij reeds nu en dan aan.
Hierbij valt echter nog op te merken, dat het gewigt, 't welk meu aan eene
pool van den magneet kan ophangen, zeer veel verschilt van dat, hetwelk de
l»eide polen kunnen dragen. Wij zagen (zie fig. 324), dat tot vereeniging van
de aantrekkingskracht der beide polen, het ombuigen van de staaf tot een'hoef
en het daaraan vast leggen van een stuk week ijzer, anker of poolstuk geheeten,
noodzakelijk was. Men is gewoon eenen dergelijken weg in te slaan tot vermeer-
dering van de draagkracht van een' natuurlijken magneet.
Dewijl de aantrekkende kracht van den natuurlijken magneet over de geheele