Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
äoO
het met eeu doorschijnend hoornen dekseltje sluiten, waarin eeu vertikaal
kijkertje is bevestigd, door hetwelk meu het getal of de vraag afleest. Hoe dit
aardige spel veranderd kan worden, door den bovensten magneet in den arm van
een beeldje te bevestigen, dat boven het bovenste verdeelde bord kan rond-
draaijen, terwijl het onderste met den wijzer onder de tafel is vastgemaakt, en
hoe boven elke vraag een gepast antwoord kan worden gebragt, behoeft niet
breeder te worden omschreven.
ACHT EN ZESTIGSTE LES.
Over liet vervaardisen van mapeten.
Wij zijn alzoo door menigvuldige proefnemingen overtuigd, dat ijzer, terwijl
het onder den invloed van den magneet verkeert, insgelijks de eigenschappen
van eenen magneet verkrijgt, en dat deze verloren gaan, zoodra het metaal weder
van den magneet is verwijderd. Er is echter ook vermeld, dat aan eene zekere
soort van ijzer, namelijk het staal, de magnetische eigenschappen voor altijd, dat
is blijvend, kunnen medegedeeld worden. Zulke door kunst verkregene magneten
noemt men kunstmagneten, ter onderscheiding van die, welke men uit de aarde
graaft eu natuurlijke magneten heeten. Wij hebben onze proeven alleen met zulke
kunstmagneten genomen, en in deze les zullen wij trachten aan te wijzen, hoe-
danig men ze vervaardigt. Alvorens echter^daartoe over te gaan, moet er eene
andere zeer merkwaardige eigenschap van den magneet worden vermeld, wier
kennis ons de aanwijzing der gelijknamige polen gemakkelijk zal maken, en later
uitvoeriger zal worden behandeld.
Leg op een stukje kurk, dat op het water drijft, eenen ligten magneet; het
kurk geraakt weldra in eene draaijende beweging, en blijft na weinige schomme-
lingen stil liggen, wanneer de magneet eene bepaalde rigting heeft; voert men
hem door omdraaijen uit dien evenwigtstoestand, zoo keert hij al schommelende
weder in de vroegere rigting terug. Hang eenen tweeden magneet aan een' draad
op, en na eenige slingeringen zal hij dezelfde rigting aannemen van den magneet,
die op het water drijft. Zoo wij andere magneten op dergelijke wijze bevestigden,
het verschijnsel zou gelijk blijven; alle magneten, die zich vrij kunnen bewegen,
zullen zich in dezelfde rigting, en wel evenwijdig aan elkander, in evenwigt
plaatsen. De kracht, die de magneten in deze rigting voert, is men gewoon de
magneetkracht der aarde te noemen; wij zullen ook deze in meer bijzonderheden
waarnemen.
De rigting, die de vrijzwevende magneet aanneemt, is omtrent die van het
noorden naar het zuiden, daarom heeft men de pool, die naar het noorden wijst,
de noord' en de andere de zuidpool genoemd. Ziedaar den oorsprong van de
reeds vroeger gebruikte benamingen van noord- en zuidmagnetismus, ook ver-