Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.840
in het oogvallen; — dit is inderdaad zoo. Op eene diepte van 7,8 el ontdekte
men te Brussel in den loop van een geheel jaar slechts 1° verschil in warmte.
Men mag aannemen, dat bij 24 el diepte hei jaarlijkscUe rijzen en dalen van den iher-
mometer geheel verdwijnt. In den jare 1783 plaatste men op den bodem van den
kelder van het observatorium te Parijs, 27 el onder den grond, eenen thermome-
ter, welks bol 7 duim in doorsnede heeft, en besloten is iu een met zand ge-
vuld vat. De buis is zeer fijn en het werktuig dus uiterst gevoelig. Sedert meer
dan 50 jaar teekent het steeds eenen vasten warmtegraad van 11°,82. In de heete
luchtstreek is op 5 of 6 palm diepte de temperatuur reeds standvastig.
Men heeft bevonden, dat met het toenemen der diepte ook de warmtegraad
rijst, en wel op elke 31 of 32 el één' graad. Een krachtig bewijs hiervoor vinden
wij in het water, dat door den artesischen put nabij Parijs wordt opgeworpen ;
dit bezit eene warmte van 28'. Zeer waarschijnlijk heeft derhalve ook de aarde
eene haar eigene warmte, en indien die werkelijk voortdurend met de diepte toe-
neemt, zoo zou er op eene diepte van 100 X 32 of 3200 el reeds de hitte van
kokend water heerschen, en in het middelpunt der aarde moeten dau alle lig-
chamen gloeijend en in gesmolten of vloeibaren staat verkeeren. Dat wij van
deze hitte niets bemerken, spruit voort uit het slechte geleidings-vermogen der
aardkorst. Voor het bestaan eener oorspronkelijke warmte der aarde pleiten
ook nog de warme bronnen, het smelten van het ijs onder degletschers zelfs op
eeue hoogte, die Loven de sneeuwlinie valt, de werking der vulkanen, enz.
ACHTSTE AFDEELING.
DE MAGNEETKRACHT.
ZEVEN EN ZESTIGSTE LES.
De werking der magneten op het ijzer en op elkander.
Polarileil. Magnetische verdeeling.
Op sommige plaatsen der aarde en wel in Zweden, Noorwegen, Engeland,
Bohemen, Saksen, op het eiland Elha, in Siberië, enz , maar voornamelijk in het
eerste der genoemde landen, vindt men in den grond eene soort van graauwen,
zwartkleurigcn erts, dien men wegens zijn uitwendig aanzien vroeger onder de