Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.527
wij achten evenwel deze weinige voldoende om te doen zien, dat men op ver-
schillende wijzen warmte kan opwekken.
De eerste proef met het gewone vuurslag bevestigde, dat men warmte door
wrijving kan opwekken. Ten einde de oorzaak van het ontstaan der vonken te
onderzoeken, legge meu een blad wit papier op de tafel, en sla daarboven op de
gewone wijze vuur; alsdan ziet meu eene menigte zwarte korreltjes van verschil-
lende vormen op het papier rollen. Deze zwarte korreltjes zijn niets anders dan
verbrande, of liever geoxydeerde stukjes staal. Door namelijk het vuurstaal sne
en sterk langs de scherpe kanten van den vuursteen te wrijven, maakt deze
kleine groeven in het metaal, de stukjes staal krullen tegen den steen op, wor-
den door wrijviug gloeijend, verbranden in de lucht of oxyderen zich. Om
dezelfde reden springt het vuur uit het mes, dat men over de slypplank trekt,
alsook uit de scharen en messen, die de scharenslijper op den draaijenden steen
drukt, en uit de hoeven der paarden.
Het opwekken der warmte door wrijving is algemeen bekend. Door twee
stukken hout met eenen stok tusschen beide vast op elkander te binden, en daarna
den stok snel te doen ronddraaijen, maken zich vele wilde volken vuur Men
meent dat de boschbranden (zoo als die in Amerika menigwerf voorvallen) dik-
wijls ontstaan, doordien de wind de takken der hoornen sterk tegen elkander
schuurt, en alzoo doet ontvlammen, hetgeen de oorzaak wordt van den onder,
gang van uitgestrekte wouden. De Graaf lUimford bragt eenmaal eene groote
hoeveellieid waters aan het koken, door het boren van een stuk geschut, dat in
het water gedompeld was. Humphrey Davy bragt zelfs twee stukken ijs aan 't
smelten, door ze tegen elkander te wrijven in eene kamer, waar de temperatuur
beneden het vriespunt stond. De wrijving van wagen-assen in hunne naven, en
die van molen-assen tegen den vang, met welken men ze vastklemt en alzoo tot
rust dwingt, is dikwijls de oorzaak geweest van het ontstaan van brand. Bij de
walvischvangst moet het aan den harpoeu bevestigde touw steeds met water wor-
den nat gehouden, omdat het anders bij het ontduiken en voortschieten van den
getroffenen walvisch, de boot, door welker voorsteven de lijn looj)t, iu brand zoude
zetten. Wanneer een schip van stapel loopt, ziet men niet zelden bij het schui-
ven over de helling de vlammen onder van de kiel opgaan. De draaijers maken
dikwijls zwarte, verkoolde ringen op een gedraaid stuk hout. door hierover met
een ander zeer hard, stomp staafje hout te wrijven. Door de bekende stnjk-
zwavelstokjes of lucifers over eene ruwe oppervlakte te wrijven, ontvlammen zij
aanstonds. De krullen ijzer, die van het voorwerp vliegen, dat op de draailxink
gedraaid wordt, ziju gloeijend heet.
De proef niet deu zoogenaamden vuurperser of de vuurpomp, naar den uitvin-
der Malletsche vuurpomp genaamd, heeft bewezen, dat ook het lamenpersnx der
ligchamen warmte veroorzaakt. Ware de holle cilinder cd bij dit werktuigje
van glas geweest, men zou inwendig eene lichtschittering hebben ontdekt. De
oorzaak van het ontstaan der warmte door drukken en stooten ligt iu de hier-