Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.524
Waarom ziet de landman zijn winterkoren gaarne met sneeuw bedekt?
Waarom is het goed den door koude verstijfden mensch of zijne bevrorene
ledematen met sneeuw te bedekken en te wrijven. (Men denke daarbij ook aan
de warmte, die door het smelten der sneeuw uit het ligchaam ontwijkt van hem,
die wrijft, en wordt medegedeeld aan den verstyfde )
Wanneer de Kanadiër op zijne jagt- en strooptogten eenen bevrorene aantreft,
zoo begraaft hij hem diep onder de sneeuw, laat hem daar gedurende den nacht
liggen, en wanneer hij dan des morgens onderzoekt, hoede begravene het maakt,
heeft deze gewoonlijk reed^ zijn sneeuwbed verlaten. Wat is hiervan de oorzaak?
Hoe komt het, dat de springbronnen nooit bevriezen en haar water dikwijls
tusschen ijs en sneeuw tot op grooten afstand heen stroomt?
Kan eene wel onder water ook veroorzaken, dat het ijs dun wordt of dat het
water op sommige plaatsen in het geheel niet bevriest?
Waarom moeten gebouwen met zeer dikke wanden, zooals kerken of gothische
gebouwen, des zomers koel en des winters warm zijn?
Waarom metselt men stoomketels in steenen, omringt men stoombuizen op
sommige plaatsen met houtskolen, en op welke plaatsen moet dat geschieden?
Ijskelders worden gewoonlijk van dubbele muren voorzien, waar tusschen
zich droog stroo, zaagsel of lucht bevindt. De emmers, waarmede men het ijs
vervoert, bestaan uit dubbele vaten met boutskool er tusschen. Waarom is dit
een en ander zoo ingerigt?
Een flanellen hemd houdt den mensch des winters warm, en flanel om vaat-
werk gebonden, dat uit blinkend metaal is zamengesteld en eene heete vloeistof
bevat, bespoedigt de verkoeling van het vocht. Hoe brengt men dit overeen?
Waarom hebben vaten, die doorgaans heet water bevatten, zooals theepotten,
koffijkannen, theeketels, enz. houten of met stroo omwonden handvatsels?
Waarom geeft men komforen, ijzeren pannen, deksels, enz houten pooten,
handvatsels of knoppen?
Toen de manschappen van kapitein Ross op het eiland Melville in Noord-
Amerika overwinterden, konden zij zonder hinder hnnne kleederen aanraken,
terwijl de betasting van het ijzer dezelfde pijn veroorzaakte, als wanneer wij
gloeijend ijzer zouden aanvatten. Van waar kwam dit?
Indien men een der einden van eene ijzeren en houten staaf met papier om-
wikkelt, en beide einden in het vuur houdt, zoo begint het papier om het hout
veel spoediger te branden dan dat om het ijzer. Geeft hiervan de reden op!
Legt men stukken papier op een stuk hout en op eene ijzeren plaat, en op elk
papier eene kool vuur, zoo begint het papier op het hout aanstonds te branden,
terwijl dat op de plaat langen tijd aan het vuur wederstand biedt. Verklaart
dit eens!
Waarom zou kwik voor het gevoel een' veel hoogeren graad van koude be-
zitten dan het ijzer, dat dezelfde temperatuur van het kwik heeft?
Waarom is linnen zulk een slechte warmte-geleider?