Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
w
SI9
k.ng daarvan aan T moeten mededeelen. Door dezen toestel nu kan men bewijzen,
diit de warmte op dezelfde wijze zich voortplanty aan eene terugkaatsing, enkelvoudige
en dubbele breking, buiging, interferentie en polarisatie is onderworpen, als het
lidit. Wij willen eenige der voornaamste proefnemingen met Melloni's toestel
vermelden.
1. Neemt men den kegel iJ weg en sluit men Taan die zijde door een deksel,
opdat er geene warmte vau dien kant kan toetreden, zet men vervolgens w tus-
schen s en l, ten einde er geene warmte van de lamp l door de opening o, die
regtlijnig tusschen l en T ligt, den thermo-multiplicator kan bereiken, zoo ziet
men in de magneetnaald bij G geene werking en er wordt dus geene warmte op
T overgedragen. Zoodra men echter het scherm w om het scharnier 7 wegdraait,
wijkt oogenblikkelijk de naald af. De warmte plant zich dus regtlijnig en zeer
snel voort. Wrede stelt, dat de snelheid der warmtestraling * vau die des lichts
bedraagt.
2. Door het uitstralingsvermogen der ligchamen verstaat men het vermogen, dat
zij bezitten, om warmtestralen af te voeren. Wij gaven reeds boven te kennen
dat dit afhangt van den aard der stof, de digtheid eu opppervlakte der ligchamen.
Men vond door den thermo-multiplicator T dat, wanneer het uitstralingsver-
mogen van rookzwart 100 is, dat
van loodwit 100
. water 100
» schrijfpapier 98
gepolijst ijzer 15
» tin, koper,
goud 12
glas 90
oostindische inkt 85
gomlakvernis 72
bedraagt. Intusschen is dit niet voor alle warmtegraden hetzelfde. Digte lig-
chamen stralen over het algemeen minder warmte uit dan fijn verdeelde of min-
der digte. De invloed der oppervlakte op het uitstralingsvermogen wordt ken-
baar door ée'ne zijde van den meer genoemden kubieken blikken bak wit te ver-
wen, eene tweede dof zwart te maken, eene derde blinkend te poetsen, en eene
vierde door krassen ruw te maken. Wordt nu de bak met heet water gevuld,
zoo geeft de zwarte vlakte de meeste, de gepolijste dc minste warmte af.
3. Het opzuigen der warmte door straling heeft men bevonden bijna geëven-
redigd te zijn aan het uitstralen der warmte. Om dit te bewijzen wordt de bol
van een' thermometer met verschillende stoffen omkleed, of aan dezen onder-
scheidene kleuren gegeven, waarna hij aan de werking van eenig warm ligchaam
in eeue der brandpunten van de spiegels geplaatst, wordt blootgesteld. Bij dit
onderzoek blijkt onder anderen, in overeenstemming met de vorige proef, dat
de thermometer, welks bol met roet of zwartsel was bedekt, veel hooger rees
dan een, die onbedekt was.
Het is duidelijk, dat door deze proefnemingen weder ontelbaar vele verschijn-
selen in het dagelijksche leven en in het gebied der kunsten worden opgehelderd.
Waarom toch moeten oppervlakten, die bestemd zijn om warmte in te zuigen
of af te geven, zoo als bij stoomketels, kagchels, stoombuizen, enz. niet glad
geschuurd noch gepolijst zijn, maar ruw of zwart? immers, omdat de ketel de