Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
534
door lucht omringd zijn, zeer langzaam verwarmd en verkoeld kunnen worden,
ten minste, indien de strooming der lucht belet wordt. De buizen, waardoor
stoom wordt gevoerd ter verwarming van gebouwen, zijn te dien einde op die
plaatsen, waar zij geene warmte moeten afgeven, door houten kokers omringd,
die niet vast om de buizen sluiten. Men zie over de luchtstrooming verder de
38ste les bladz. 264. ^Vij voegen bij het aldaar aangevoerde nog de volgende
merkwaardige proef, als een bewijs van het slechte warmtegeleidiugsvermogen
der lucht, en de benedenwaartsche beweging der afgekoelde lucht. Men doe in
een fleschje een weinig zwavelether, boude het vervolgens horizontaal, en be-
vordere, door het met de warme hand te onisluiten, de vrije verdamping des
ethers uit den geopenden hals; indien men nu zorgvuldig alle rustverstoring in
de dampkringslucht, door togt of ligchaamsbeweging ontstaande, vermijdt, dan
wordt er van de opening der flesch af, tot op 3 of meer palmen afstands be-
nedenwaarts, een loodregt dalende, koude luchtstroom, alleen door de trillende
beweging der voorwerpen, welke men er doorheen ziet, zeer goed merkbaar;
het is eveneens alsof er een vocht uit de flesch wordt gegoten. Houdt men het
fleschje in het onmiddellijke zonnelicht, zoo vormt zich het beeld van dien tril-
lenden stroom op eene daar tegenover liggende vlakte. De benedenwaarts ge-
rigte luchtstroom ontstaat door de afkoeling^ welke de lucht gestadig ondergaat,
ten gevolge der dampvorming van den ether, terwijl de trilling het gevolg is (zie
bladz. 359) daai*van, dat de lichtstralen, die van de voorwerpen afkomen, welke
men door den stroom heen ziet, voortdurend, door ongelykmatige breking, van
andere plaatsen schijnen af te komen.
Het is ter oorzake van het slechte geleidii>gsvermogen der lucht, dat de zoo
even genoemde losse, onzamenhangende, zeer poreuse ligchamen, als stroo, wol,
houtskool, kurk, aarde, sneeuw, enz. de warmte zoo traag overvoeren. Immers
de tallooze tussehenruimten dier ligchamen zijn allen met lucht gevuld.
Het mag hier niet onopgemerkt blijven, welk eene gewigtige rol het verschil-
lend geleidend vermogen der ligchamen in de huishouding der natuur speelt, en
hoeveel dit weder bijdraagt tot vermeerdering van het gemak en het genoegen der
menschen.
Slaan wij het oog op het bekleedsel der viervoetige dieren, dan zien wij, dat
de huid van die, welke het koude noorden bewonen, behalve door zwaar boven-
haar, nog door fijn en digt aan elkajider groeijend onder- of grondhaar zijn
bedekt. Bezien wij het vederkleed der vogels, dan bemerken wij, dat deze eene,
uithoofde vau hunne meerder benoodigde warmte, nog overvloediger dekking
hebben ontvangen; dat op het fijne, dikke dons dezer dieren eene zware laag
grootere vederen rust, en dat dit kleed nog trager de warmte geleidt dan het haar;
dat het daarenboven eene gladde oppervlakte heeft ontvangen, volmaakt geschikt,
om de lucht raet gemak te doorkheveu. En alsof dit nog niet genoeg ware, juist
dit omkleedsel van de viervoetige dieren en vogels kan dén mensch dienen, en
dient hem ook werkelijk, tot een verwarmend deksel!