Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.502
hoogte, 152 maal begrepen zijnde, zoo moeten wij ook 1,03 pond, de gewone
dampkringsdrukking op eiken vierkanten duim, door 152 deelen, en verkrijgen
dan daardoor 0,0069 pond. Damp van 500° oefent de ontzaggelijke drukking uit
van bijna 60000 pond op de vierk. palm, of 600 dampkringsdrukkingen. Hoe
nuttig, ja noodzakelijk deze kennis is bij het onderzoek van de kracht, die een
stoomwerktuig ontwikkelt, of van het gevaar, dat er voor het springen van deu
stocHnketel bestaat, zal men zeker dadelijk inzien.
Wij spraken tot dus verre alleen van de drukking des waterdamps; dit doet de
vraag ontstaan: hoe is het met de drukking der dampen uit andere vochten
gesteld ?
In het algemeen oefenen alle dampen, indien zij zich uit een in de vrije lucht
kokend vocht ontwikkelen, gelijke drukking uit. Immers deze is by allen alsdan
gelijk aan de drukking, die hunne oppervlakte ondergaat. Ware dit zoo niet,
ware die by eene drupvormige vloeistof kleiner dan de dampkringsdrukking, de
dampen zoudeu zich dan ook niet in de gedaante vau bellen in het binnenste
van het kokende vocht kunnen vormen; ware zij grooter, zij zoudeu vroeger
moeten zijn ontstaan. Alkohol kookt, zoo als gezegd is, op 79'; derhalve zal de
damp vau alkohol bij 79' warmte even veel drukking uitoefenen als waterdamp
bij 100*. Om te groote uitvoerigheid te vermijden, laten wij de drukking der
dampen op hoogere en lagere warmtegraden achterwege.
Vroeger is er gezegd, dat men eene ruimte met damp verzadigd noemt, indien
z^ zoo veel damp bevat als onder een gegevenen warmtegraad mogelijk is. Men
heeft bevonden, dat, hoe hooger de warmtegraad wordt, waartoe men den damp
brengt, hoe meer damp de ruimte, waarin deze besloten is, kan bevatten; zoodat der-
halve in eene met damp verzadigde ruimte van eene kubieke palm, bij 100° veel
minder damp kan bestaan, dan in diezelfde ruimte bij 200°. Men is nog verder
gegaan en meu heeft de zwaarte of de digtheid vau elke kub. palm of kub. duim
damp beproefd en berekend bij verschillende warmtegraden.
Dat wy deze eens berekenen bij den gewonen graad van kookhitte! Er is door
verschillende proeven bevonden, dat de zwaarte of de digtheid van den stoom
bij 100' warmte, | van die der lucht by 100° bedraagt. Nu weegt een kubieke
palm lucht van 0° bijna 1,3 wigtjes; verder is ons bekend, dat de lucht tot 100'
verwarmd wordende, zich 0,366 deelen van haar volume bij O'uitzet (zie blz^
299); dus zal bij 100' warmte 1,366 kub. palm lucht ook nog 1,3 wigtjes wegen,
en derhalve 1 kub. palm lucht vau 100* of 0,952 wigtjes zwaar zijn. Nu
heeft stoom | deelen van dit gewigt, dus weegt 1 kub. palm stoom van 100'
slechts J X 0,952 of 0,595 wigtjes, en de berekening is volbragt. Vergelijken
wy dit gewigt bij water, dan vinden wjj, dat 1 kub. palm water bijna 1700 kub.
palm met stoom van 100' vult; want 1 kub. palm water weegt 1 pond of 1000
wigtjes, en deze hoeveelheid gedeeld door 0,595 geeft 1681. Inderdaad eene
schier ongeloofelijke uitzetting.
Thans nog iets over de drukking der dampen te midden vau den dampkring.