Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.494
a verdampt en in den glazen cilinder verdigt; het water is door het vrij worden
van de gebondene warmte des stooms van O tot 100" verwarmd; — dezelfde
hoeveelheid warmte, welke bij de verdamping van 2 kubieke duimen water door
dien damp in zich werd opgenomen, was voldoende, om 11 kub. duim water van
O' tot 100' te verhitten; 2 is iu 11 juist 5,5 maal begrepen; dezelfde hoeveelheid
warmte, die in staat is, om eene zekere hoeveelheid vocht tot damp te doen overgaan,
is alzoo genoegzaam, om eene 5,5 maal grootere hoeveelheid water van O tot 100' te
verhitten.
Stellen wij nu verder (welke onderstelling wij reeds vroeger aannamen), dat
de hoeveelheid warmte, die er noodig is, om de temperatuur van 1 pond water
1 graad te verhoogen, de eenheid is; zoo zal er om 1 pond water 100' te ver-
hoogen, lOOmaal die eenheid noodig zijn, en om 5,5 pond water 100° te ver-
hoogen, 100 X 5,5 of 550 van die warm te-eenheden; maar het is juist de ge-
bondene warmte van 1 pond water, tot stoom overgegaan, met andere woorden,
het is de gebondene warmte van 1 pond stoom, die 5,5 poud water in warmte
100' verhoogt; bijgevolg zal een pond waterdamp 550 van de bovengenoemde
warmte-eenheden in zich binden en de gebondene warmte van 1 pond waterdamp
550 zijn. Terwijl alzoo de in eene watermassa van 100' begrepene warmte 100
warmte-eenheden is, bedraagt die van eene gelijke dampmassa van 100' in het
geheel 100 550 650 warmte-eenheden.
Men behoefde intusschen noch het koude water eerst ijskoud te nemen, noch
het daarna door stoom tot kokens toe te verhitten; want laten er in c in den aan-
vang 60 wigtjes water zijn geweest, daarna 66,1 wigtje; de temperatuur ware v(5ór
de proef 12', daarna 68,5'; de 60 w. water wonnen alzoo 56,5', bijgevolg 60 X
56,5 s= 3390 warmte-eenheden; 6,1 w. damp werd evenwel ook 31,5* kouder,
en gaven dus 31,5' X 6,1 irz 192 warmte-eenheden aan het andere water af,
alzoo zijn er van de gebondene warmte slechts 3198 warmte-eenheden afkomstig,
die 6,1 vvigtje water afgegeven hebben, en 1 wigtje dus 524. Wij verkrijgen door
verlies van warmte aan het glas, aan de lucht, aan de buis d enz. altijd onzekere
uitkomsten.
De gebondene warmte van stoom van 100' is dus bijna 7 maal zoo groot als
die van water van O' (zie blz fï^t zal dus geene verwondering baren, dat
men door verdamping zulk eene groote koude kan te weeg brengen (zie de 35'
les). Ook blijkt nn duidelijk het voordeel, dat W^att verkreeg, toen hij doormiddel
van zijn' condensor (zie bladz. 229) de gebondene warmte van den stoom vrij-
maakte en behield,terwijl die verloren ging, indien de stoom inde lucht ontsnapte.
Nog blijkt hieruit de verklaring van het volgende verschijnsel: wanneer men
eenen ketel met kokend water van het vutir neemt, kan men den bodem zonder zich te
branden met de hand aanraken. Een gedeelte toch van het water wordt aan de
binnenzijde van den bodem des ketels in stoom veranderd; deze stoom neemt
door zijne plotselinge uitzetting eene grootere ruimte in, dan hij bij 100' tot op
het verzadigingspunt toe, onder gewone omstandigheden, innemen kan; tot eze