Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.492
van eene kagcliel viel. Zulk een druppel rolt over de vlakte heen als een druppel
kwik over glas, zonder dat hij in grootte merkelijk vermindert. Wordt de vlakte
iets koeler, dan begint het water plotseling zeer hevig te koken en wordt met
kracht naar alle kanten heengeslingerd. De oorzaak van dit zonderlinge ver-
schijnsel, hetwelk bekend is ouder den naam van drup van Leiden/rost, omdat
deze er in.1756 oplettend opmaakte, is niet juist bekend, maar ligt waarschijnlijk
daarin, dat de waterdeelen en het gloeijende metaal elkander niet genoeg aan-
raken, om het vocht tot koken te brengen; zoo veel is zeker, dat het inwendige
van het langwerpig ronde of spheróidale vochtkogeltje, van welken aard dit
vocht ook moge zijn, beneden den graad van kookhitte bhjft, al bezit ook het
schaaltje, waarin het geworpen wordt eene hitte, die verre het kookpunt van het
vocht overtreft. Dat de gezegde aanraking werkelijk geen plaats heeft kan door
middel van een' electrischen stroom, waarover later nader, bewezen worden. Ook
blijkt dit, wanneer men een klein koperen schaaltje, dat in het midden van een aan-
tal gaatjes is voorzien, tot op een' zeer hoogen graad verhit, en er vervolgens alkohol
ofzwaveletheringiet; het vlammende vocht vloeit dan niet door de openingen, het
neemt den spheroïdaal toestand aan en wordt derhalve door het metaal afgestooten.
Houdt men in zwavelether een' gloeijenden platinadraad, dan bruist het vocht
niet op; evenmin gebeurt dit, wanneer men plotseling eeu wit gloeijend ijzer in
koud water duwt. Men vermoedt, dat in al die gevallen een deel van het met
het gloeijende metaal in aanraking zijnde vocht plotseling verdampt, en door die
snelle dampvorming aan de inwendig gelegene vochtdeelen zeer veel warmte
onttrekt, en deze beneden het kookpunt houdt. Het gelukte den hoogleeraar van
Breda, om in het binnenste eener massa vast koolzuur (zie bladz. 256), dat in
eene gloeijende kroes was geworpen, door middel van een glazen bolletje een
weinig kwik te doen bevriezen. Indien men de vingers in gesmolten lood of ijzer
dompelt, brandt men zich niet, maar voelt door de snelle verdamping der vocht
deelen, die altijd de huid bedekken, inderdaad iets koels.
Het is belangrijk hierbij op te merken, dat de spheróidale toestand der vochten
dikwerf de oorzaak kan worden van verschrikkelijke ontploffingen bij de stoom-
ketels. Staat namelijk het water zoo laag in den ketel, dat een gedeelte der zij-
wanden boven het water door het daartegen spelende vuur kan gloeijend worden,
hetgeen zeker bij den schuinen stand of de schommelende beweging van het schip
het geval zijn kan, zoo treedt welligt, wanneer het water weder den vorigen
stand inneemt, de spheroïdaaltoestand in. Het water bhjft eenigen tijd zonder
koken met den gloeijenden wand in aanraking ; weldra verkoelt het metaal; op
eenmaal begint nu met verschrikkelijk geweld de dampvorming; die oven loed
van dampen kan niet op eenmaal spoedig genoeg uit de veiligheidsklep ontwijken,
en de ketel springt uit elkander. Meent niet, dat slechts eene kleine hoeveel-
heid water den spheroïdaalvorm op eene sterk verhitte oppervlakte kan aan-
nemen; proeven hebben bewezen, dat men in eene heete metalen schaal zelfs
eene groote hoeveelheid vochts kan gieten, zonder dat dit verdampt.