Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.487
kwik —39° bismuth 5 deelen lood en 3 dee-
lijnolie —20° len tin (mengsel van Bo5e) 100°
melk a-ir zwavel iir
zeewater — 5' tin 230°
ijs 0° bismuth 256°
boter 32° lood 334'
phosphorus 44' zink 370'
stearine 49° zilver 1000
een metaalmengsel van 4 deelen koper 1090°
bismuth 1 deel lood eu 1 deel week gietijzer 1100°
tin 94' goud 1250"
een metaalmengsel van 8 deelen gesmeed engelsch ijzer 1600°
Al deze ligchamen verbergen dus onder het smelten warmte, die zij niet aan
den thermometer mededeelen, anders kon deze niet bij meerderen aanvoer van
warmte op hetzelfde punt blijven staan. Nemen wij weder de warmtestof, welke
er noodig is, om een pond water 1 graad in warmte te doen rijzen als eenheid aan,
zoo zal bij bet smelten worden gebonden door
zwavel
lood
was
zink
tin
80
90
97
274
278
en bismuth 305 van die warmte eenheden.
Terwijl dus een pond sneeuw tot smelting 79 maal de warmte noodig heeft,
welke er vereischt wordt om 1 pond water 1 graad in temperatuur te verhoogen,
zoo heeft zwavel 80 maal die warmte noodig, euz.
Indien men stof/en met elkander in aanraking brengt, die voor eene verbinding
vatbaar zijn, zoo smelt hel mengsel gewoonlijk bij eenen lageren warmtegraad, dan
ieder van die stoffen afzonderlijk; maar deze graad wordt hooger, naarmate het mengsel
eene grootere hoeveelheid beval van dat metaal, hetwelk moeijelijk kan gesmolten
worden.
Men I oemt zulke metaalmengsels metaallegéringen. Men heeft verschillende
legeringen bestaande uit bismuth, lood en tin welke door hare smelting alle
temperaturen tusschen 90* en 380° aangeven en in de nijverheid van veel nut
zijn. Het Roses metaalmengsel smelt reeds op 95' tot 100° en dus in kokend
water, zie het voorgaande Ufeltje. Men kan dit mengsel boven de lamp in een
papieren bakje smelten. Tot de metaallegéringen behooren ook de mengsels
voor het solderen van metalen enz.; zoo heeft meu snelsoldeerself zijnde tin met
lood, hardsoldeersel, bestaande uit koper met zink. Bij het smelten der metalen
uit de ertsen, waarin zij voorkomen, gebruikt men ook wel gijiis, kalksteen, enz.,
om ze spoediger vloeibaar te maken.
Smelt een ligchaam ten gevolge eener scheikundige werking, zonder dat men