Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
aangeeft, de klep B opent, eu lucht in den cilinder D perst, dan opent zich de
klep Cf de lucht beweegt zich iu de rigting der pijltjes door den ontvanger E
naar den regenerator, en vervolgens door het gaas onder den zuiger a; daar
wordt zij door het vuur verwarmt, en de zuiger wordt in de hoogte gedreven ; in
die beweging deelt ook de zuiger e, en de lucht wordt daardoor uit D langs C
verwijderd of in den ontvanger E geperst. Zoodra a en c boven aangekomen zijn,
wordt door middel der excentriek (zie fig. 129b), de schuif m in den getittelden
stand tn gebragt; deaanvoer van lucht houdt op, de zuiger a valt met e door eigene
zwaarte naar beneden; de verwarmde lucht ontsnapt uit de ruimte /, langs r
en o, in den dampkring; te gelijker tijd opent zich de klep B, en er treedt in
D nieuwe dampkringslucht toe; zoodra de zuiger a beneden iu den cilinder is
gevallen, neemt de schuif deu stand m weder aan en de boven beschrevene ver-
schijnselen herhalen zich. Het metaalgaas bij G speelt in het werktuig eene ge-
wigtige rol. De verwarmde lucht namelijk door het gaas langs ren o uit de ruim-
te f ontsnappende, verwarmt bij dien doorgang het gaas, en ondergaat, door de
groote oppervlakte, die het gaas de lucht aanbiedt, eene plotselinge afkoeling of
verdigting, zoodat het vallen van a daardoor wordt begunstigd; terwijl kort
daarop de koude lucht, door datzelfde warme gaas binnen tredende, warm in
den cilinder A komt en het gaas voor de vertrekkende lucht zeer sterk afkoelt.
Hierdoor gaat er bijna geene warmte verloren, en wordt er dus veel brandstof
bespaard. Opdat door de stangen rf d de warmte, die de zuiger a van het vuur
zou kunnen ontvangen, zich niet aan e zal mededeelen, hetgeen natuurlijk na-
deelig moet werken op de lucht in heeft de uitvinder den zuiger a aan den
onderkant met eene laag eener stof bedekt, die zeer slecht de warmte geleidt,
waardoor de zuiger koel blijft.
Alvorens deze les te sluiten, moeten wij iets vermelden, dat reeds in de 38e les
is aangestipt, den invloed namelijk, dien de warmte op het soortelijk gewigt der
ligchamen heeft. Immers eene kub. palm ijzer, water of lucht zal op 0° warmte
zwaarder moeten zijn dan op 100*.
Dit verschil is bij vaste en drupvormige ligchamen hoogst gering, bij gasvor-
mige evenwel zeer aanzienlijk. Zoo weegt bijv. eene kub. palm dampkringslucht
bij O' bijna l wigtje eu 3 korrels, terwijl diezelfde uitgebreid bij 100° weegt
korrel.
Een kub. palm water weegt bij 4"} is wanneer dit het digtst is, 1 pond, en
op 100° warmte slechts omtrent 0,9586 pond, dus 4 lood en bijna 2 wigtjes min-
der. Welk eene gewigtige rol dit verschijnsel iu de hiushouding der natuur
speelt, is op bladz. 171 uiteengezet.
Door de kennis geleid, dat warm water specifiek ligter is dan koud, heeft men
toestellen bedacht om de verwarming van bad-, wasch- en verf-kuipen te be-
gunstigen, en wel door pijpen, die buiten om het vat gaan en het bovenste
met het onderste gedeelte van het vat vereenigen; deze bespoedigen het oprijzen
der warme en het zinken der koude waterdeelen, en dus ook de geheele verwar-