Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.480
dat de tot 0° afgekoelde lucht door het benedeu co gelegene kwik niet gedrukt
wordt, maar alleen door de kwikkolom od boven c o gelegen. Zij deze kwikko-
lom 7 streep hoog. Dit is evenwel niet alles, wat de lucht in a heeft te dragen;
de dampkringslucht rust op den top d en ook deze drukt bij gevolg op de af-
geslotene lucht. Neemt aan, dat die dampkringsdrukking volgens waarneming
op deu barometer overeenkomt met eene kolom kwikzilver van 758 streep ,
met andere woorden, laat de barometerstand op dezen oogenblik zijn 758 streep,
zoo wordt de lucht in a bij O' door eene kolom kwikzilver gedrukt van 758 7
of 765 streep.
Thans verwijdert men dc sneeuw en verwarmt deu bol tot op 100°. De lucht
zet zich daardoor uit, duwt het kwikzilver in het korte been naar beneden, en
dat in het lange been naar boven.
Men giet nu bij b weder kwikzilver in de buis, tot zoolang, dat het in het
korte been weder in het punt c staat, en dien ten gevolge de lucht weder tot
hare vorige uitgebreidheid is gebragt. Vooronderstelt, dat er thans eene kwik-
kolom van 285 streep boven c o staat en de barometerstand 757 streep bedraagt,
dan ondergaat de lucht bij 100° warmte de drukking eener kwikkolom van 285
-f- 757 of 1042 streep hoogte.
De lucht heeft zich dus van O tot 100° uitgezet in reden van de getallen 765
en 1042. Nemen wij derhalve de uitgebreidheid lucht van 0° aan als 1, dan is
die van 100', 1,362, omdat het getal 765 bijna zooveel maal in 1042 begre-
pen is, en tellende uu hierbij op de uitzetting van het glas, die de rijzing der
kwikkolom heeft tegen gewerkt, zoo komt men tot het getal 1,365 of 1,366;
zoodat de lucht 366 duizendste deelen van de uitgebreidheid, die zij op O'
heeft, uitzet, indien 7ij tot 100° verhit wordt, en de honderdste part of 0,00336,
zoo zij slechts 1 graad warmer wordt gemaakt. Bij eiken graad verhooging van
temperatuur zet dus de lucht 0,00366, meer naauwkeurig genomen, 0,003665
van haar volume uit. Wanneer derhalve het volume van een gas bij 0° gelijk aan
1 is, zal dit, t graden warmer wordende, 1 4. 0,003665 l zijn.
Indien men dit uitzettingsgetal vergelijkt met al de vroeger aangegevene bij
de vaste en onvcêrkrachtige ligchamen, zoo is de grootere uitzetting der lucht
in het oog vallend. Het is deze eigenschap der lucht, die den werktuigkundige
reeds voor langen tijd deed bedacht zijn, om haar als beweegkracht aan te wen-
den. Na vele vruchtelooze pogingen is het eindelijk, kort geleden, den deen-
schen werktuigkundige Ericson gelukt, om in Noord-Ainerika een groot vaartuig
door middel van verwarmde lucht in beweging te brengen. In hoeverre deze
beweegkracht die van deu stoom zal kunnen evenaren, kan meu nog niet be-
slissen. De voordeelen, die zulk een werktuig boven de stoommachine moet be-
zitten, zullen hoofdzakelijk iu het minder verbruik van brandstoffen moeten
liggen, en in de geheele opheffing der gevaren, die er aan het springen van stoom-
ketels bij het laatstgenoemde werktuig verbonden zijn. Fig. 294 geeft eene schets
van het warmiewerkluig van Ericson,