Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.479
handel op deze omstandigheid wel acht mag geslagen worden. De zuivere alko-
hol bereikt waarschijnlijk zijne grootste digtheid bij — 89°, 5.
Dat wij thans nog het voornaamste betrekkelijk de uitzetting der gasvormige
of veêrkrachtige vloeistoffen vermelden.
Dewijl bij gasvormige ligchamen de aantrekking der atomen of de cohesie
ondenkbaar gering is, ja veilig gelijk nul mag gesteld worden, zoo legt deze
kracht aan de warmte geen beletsel in den weg, om de ligchamen uit te zetten,
terwijl zulks bij vaste en drupvormige ligchamen wel degelijk het geval is.
Hieruit besluiten wij derhalve : 1' dat de gasvormige ligchamen veel sterker door de
warmte moeten uitgezet worden dan vaste- en drupvormige, hetgeen wij in de zesde
les door proefnemingen bevestigd zagen : dat de uitzetting voor alle gassoorten
bij gelijke luchtdrukking en gelijke verhoog mg van haren warmtegraad even groot
moet zijn; 3' dat die uitzetting bij hooge zoowel als bij lage warmtegraden gelijken tred
zal houden; 4' dat die uitzetting evenredig moet zijn aan de verhooging van tempera-
tuur. Al deze gevolgtrekkingen zijn door proefnémingen bevestigd, hoewel som<»
mige geleerden meenen te moeten vaststellen, dat die gassoorten, welke door
zamendrukking vloeibaar kunnen gemaakt worden, eenen eenigzins hoogeren
uitzettingscoefBcit;nt hebben dan dampkringslucht.
Ten einde de uitzetting der gassoorten aan te toonen, heeft men verschillende
werktuigen gebezigd. Onder deze willen wij slechts een der eenvoudigste leeren
kennen, dat wel niet zeer naauwkeurige uitkomsten oplevert, maar toch ge-
schikt is, om een denkbeeld van de zaak te geven. Vooraf moeter echter eene
waarheid vermeld worden, die veel overeenkomst heeft met de wet van Mariotte
(zie blatlz. 188): namelijk dat, wanneer men de uitzetting der gasvormige vloeistof-
fen, terwijl men deze verwarmt, op eene oj andere wijze verhindert, de drukking, die
lij alsdan op die hinderpalen uitoefenen, in dezelfde reden toeneemt, als hare uitge-
breidheid zich zou hebben vermeerderd, indien die verhindenng niet ware aanwezig
I geweest. Thans het werktuig. Zij de bol a (zie fig. 293) met
drooge lucht gevuld, en wel drooge lucht, omdat de vochtig-
heid het uitzettingsvermogen der lucht vermeerdert, zooals
in eene der volgende lessen zal blijken. Laat de gezegde lucht
door het kwikzilver, dat in de gebogene buis bc staat, van
de dampkringslucht zijn afgesloten, vervolgens de bol in
smeltende sneeuw worden gedompeld, ten einde de lucht, die
er in begregen is, even als dit met de vorige stoffen is geschied,
tot 0° of te koelen, en daarna zooveel kwik in de buis wor-
den gegoten, tot het in het korte been der buis tot aan het
punt c staat. Zij er al verder op het vlak, waarop de gla-
zen buis bevestigd is, eene horizontale streep getrokken, die
het nulpunt eener zekere verdeeling aangeeft, welke boven
co langs het lange been bo wordt voortgezet. Het is nu dui-
delijk, dat de lagen kwikzilver op de lijn c o in evenwigt zijn;
Fig. 293.
U