Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.474
Fig. 291.
l'
een vast, onver-
plaatsbaar steunsel
ƒƒ', terwijl het an-
dere einde b stuit
tegen den korten
arm c l van een' ge-
brokenen hefboom
ƒ? lcl\ welks draai-
punt zich in c be-
f' vindt; dit punt c
is met ff' onwrik-
baar op dezelfHe plaat verbonden. De langste arm cl' is niets anders dan een
wijzer, die de in een zeker aantal deelen verdeelde vierdepart al' van een cir-
kel doorloopt. Wordt nu de stang b 6' door de warmte uitgezet, zoo kan zich
alleen het einde b verplaatsen; dit duwt daardoor deu arme/ weg, en de hef-
boom krijgt den stand, die door tittels is aangewezen. De punt van den wijzer
doorloopt dus eenen veel grooteren weg a dan het einde en hij zal derhalve
op den verdeelden cirkelboog de geringste lengtevermeerdering van de staaf zeer
vergroot zigtbaar maken. Men kan uit de bekende lengte der hefboomsarmen l c
en c en uit den waargenomen' boog l' a berekenen, hoe groot de uitzetting ge-
weest is. De staaf wordt gelijkmatig verwarmd door haar in een vocht te wer-
pen van eene bekende warmte. Dit werktuig, hoe vernuftig ook uitgedacht, is
echter niet vry van gebreken; want het is zeer moeijelijk, om het rustpunt c en
den steun ff volmaakt onbewegelijk te maken, hetgeen noodzakelijk is, om juiste
waarnemingen te doen. Is toch het deel ff en de as c aan dezelfde plaat beves-
tigd, die het geheele werktuig in verband houdt, zoo zet zich bij verhooging van
den warmtegraad, ook de plaat uit en de waarnemingen worden daardoor on-
naauwkeurig. Van andere werktuigen, waardoor men dit gebrek heeft trachten
weg te nemen, maken wij geen gewag.
Wij spraken van de uitzetting der ligchamen, zooals zij alleen in ééne rigting,
namelijk in de lengte plaats grijpt, men noemt deze daarom ook lengte-uitzetting,
en als men zonder nadere bepaling bij vaste ligchamen van uitzetting spreekt,
bedoelt men haar alleen. Maar het ligchaam zet zich ook uit in de breedte en
hoogte. Deze vermeerdering in uitgebreidheid noemt men de ligchamelijke of ku-
bieke uitzetting. Ook hierbij wordt de uitgebreidheid des ligchaams bij 0° tot aan-
vangspunt genomen.
De ligchamelijke uitzetting der vaste ligchamen is driemaal zoo groot als de lengte-
uitzetting. Dit is natuurlijk, want de uitzetting geschiedt hier naar drie zijden;
en hoewel dan daarbg altijd een gedeelte te kort komt, waarvan men zich
gemakkelijk door de beschouwing van eenen kubus zal kunnen overtuigen,
zoo is dit verwaarloosde zoo gering, dat het aan de naauwkeurigheid niet
schaadt.