Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
■46S
dus de graden van Celsius slechts met 0,8 te vermenigvuldigen, om ze tot graden
van Reaumur te herleiden; en daar V R gelijk aan of 1,25" C is, zoo valt het
even gemakkelijk om het werk omgekeerd te verrigten. Verder hehhen wij :
100° C = 180' F.
dus r C — f.
en V F z=: C.
Om dus graden van Celsius tot graden van Fahrenheit te herleiden, hebbe
men de eerste slechts met 1 en om het werk omgekeerd te verrigten, de graden
van Fahrenheit met ^ te vermenigvuldigen. Men zorge om iu het eerste ge-
val 32 bij de uitkomst op te tellen, en in het tweede, alvorens de vermenig-
vuldiging te beginnen, van het getal Fahrenheitsche graden 32 af te trekken.
Men kan bij eenig nadenken hiervan gemakkelijk de reden inzien. Ten einde
de verschillende schalen met elkander te kunnen vergelijken, kan deze tafel
dienen.

celsius. reaumur. fahrenheit.
100 80 212
90 72 194
80 64 176
70 56 158
60 48 140
50 40 122
40 32 104
30 24 86
20 16 68
10 8 50
0 0 32
— 10 — 8 14
— 20 — 16 - 4
— 30 - 24 — 22
- 40 — 32 - 40
Het blijkt dus uit het zoo even gezegde, dat men den thermometer slechts een
plaatje of plankje heeft toe te voegen, waarop de graden zijn uitgedrukt, om het
werktuig geheel in orde te brengen. Wij zullen ons naar de honderdäcclige of
centesimale verdeeling voegen, dewijl deze iu alle hedendaagsche natuurkundige
werken gevolgd wordt.
Bedenkt men, dat door eene groote hoeveelheid kwikzilver zich de warmte niet
zoo ras kan verspreiden als door eene kleine hoeveelheid, zoo is het duidelijk,
dat kleine thermometers gevoeliger zullen zijn, dat wil zeggen, eene geringe ver-
andering van warmte sneller zullen aanwijzen dan groote. Ook is het klaar
waarom het kwikzilver, bij verandering van den warmtegraad, een' grooter'
weg in de buis zal afleggen, naarmate de verhouding tusschen de wijdte der
buis en die van den bol grooter is. De bol mag evenwel niet te groot genomen
worden.
Wij hebben herhaalde malen het kwikzilver bij alkohol vergeleken, en noemden
21