Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.464
de buis, voor zoo ver er kwikzilver in staat, met fijn gestooten ijs of zuivere
sneeuw a (fig 281), waarop men een weinig gedistilleerd water giet. De plaats
V, tot waar bet kwikzilver daalt, en blijft staan, teekent men meteen' diamant.
Dit punt noemt men het vriespunt.
Fig. 281.
Ten einde het tweede punt te verkrijgen,
neemt men een' van een' langen hals voorzien
vat (zie fig. 282), waariu gedistilleerd water
aau het koken wordt gebragt. De damp, die
hierdoor ontstaat, ontwijkt uit zijdelingsche
openingen a en 6. In dien stoom, waarmede
weldra de gansche hals is opgevuld, eu die
denzelfden graad van warmte heeft der bo-
venste waterlaag c d, hetgeen uit het vroeger
behandelde duidehjk is, dompel t men de buis,
en nu stijgt de kwikkolom tot aan een zeker
punt k, waar zij staan blijft, tot al het water
is verdampt. Dit punt teekent men even als
het voorgaande aan, en noemt dit het kookpunt. Dat men bij het koken ook vooral
op den barometerstand acht moet geven, is op bladz. 212 verklaard. Men handelt
het zekerst door het water te koken, als de barometer op 76 duim staat; want
de hitte, die het alsdan verkrijgt, wordt algemeen als kookpunt aangenomen.
Thans heeft men nog slechts de schaal te vervaardigen. Hiertoe moet de hoofd-
afstand, dat is die van het vries- tot het kookpunt, in gelijke deelen verdeeld
worden. Niet alle geleerden maakten die deelen, welke men graden noemt,
in aantal gelijk. Réaumur, een Fransch natuurkundige, die in het begin der
38' eeuw leefde, verdeelde den genoemden afstand in 80'. Celsius, eeu Zweed,
tijdgenoot van Réaumur, deed het in 100°. Fahrenheit, eeu duitsch geleerde,
die te Leiden in 1740 stierf, verdeelde den meergemelden afstand in 180 deelen.
De beide eersten teekenden het vriespunt met O, de laatste met 32; deze wees met
O aan den stand, dien de thermometer in den strengen winter van 1709 te Dant-
zig had, en welke koude ook kan verkregen worden, door een deel keukenzout
met 3 deelen sneeuw te vermengen.
Door deze verschillende verdeelingen werd het kookpunt bij Réaumur aange-
duid door 80, bij Celsius door 100 en bij Fahrenheit door 32 -H 180 of 212.
De graden boven O wijst men gewoonlijk aan met het teeken + > ^^^ onder
O met —.
Na verloop van eenigen tijd plaatst zich het vriespunt hooger; daarom moet
men het nulpunt van tijd tot tijd beproeven. Men meent de oorzaak van deze
rijzing te moeten zoeken in eene verandering, die de glazen bol door de druk-
king der lucht ondergaat.
Het valt gemakkelijk, de graden van de eene schaal in de andere over te brengen.
Want 100' C gehjk aan 80° Ä zijnde, zoo is 1' C = * of 0,8° R. Men behoeft