Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
27
vermogend, dat zij de aantrekking der ligchamen onderling geheel te niet doet.
Men is er evenwel in geslaagd, voorwerpen te vinden, die eene genoegzame uit-
gebreidheid bezitten, om eenigermate invloed uit te oefenen op de zwaartekracht
der aarde. Een fransch natuurkundige onderzocht bij den berg Chimborasso in
Amerika de rigting van een pas-of schietlood, hetwelk hij inde nabijheid van
den berg had opgehangen. Een Engelschman deed hetzelfde bij den berg Sche-
hallienin Schotland en beide ondervonden, dat de bergen het lood een weinig
tot zich trokken.
Gij ziet de zwaarte onophoudelijk werkzaam; zij alleen is de oorzaak, dat alle
dingen, indien zij worden vrijgelaten, vallen, juist zooals de kleine ballen aewb
(fig. 6), op de groote d en e schenen te vallen. Bestaat hier een merkelijk ver-
schil, het ligt alleen in de grootte der massaas. Dit vallen toont ons ten klaarste
dat alles naar de aardoppervlakte voort bewogen wordt; het opwerpen, vangen
en terugkaatsen van ballen zijn spelen, die alleen door de zwaartekracht bestaan
kunnen; het gaan, springen, zitten, staan, duizenden andere verschijnselen op
de aarde, zelfs de schijnbaar meest tegenstrijdige, als het rijzen van ligte ligcha-
men, die onder water liggen, uit de diepte naar de oppervlakte, het opstijgen
van de vuurvlammen, den rook, den luchtbol, enz., zijn uitwerkselen der zwaar-
tekracht. Dat de lucht bestendig onze aarde omringt, de rivieren het land be-
sproeijen en doorsnijden, het water, door geene andere oorzaken beroerd, altijd
eene effene oppervlakte vertoont, de weldadige eb en vloed elkander geregeld-
afwisselen, de bollen van ons zonnestelsel zich regelmatig bewegen, dit alles
wordt door de zwaartekracht verklaard, 'tgeen u ter gelegener plaatse zal wor-
den aangetoond. Zij bezielt dus het heelal, zij werkt overal en op alle plaatsen
der aarde op dezelfde wijze.
En waarom zou die kracht zwaartekracht genoemd worden? Alleen omdat zij
de oorzaak uitmaakt van die eigenschap der ligchamen. welke onder den naam
van zwaarte bekend is; omdat zij het is, die alle dingen zwiar maakt. Wat
toch noemen wij zwaar? Alles wat zich moeijelijk laat optillen; ineen tegen-
overgesteld geval geven wij het den naam van Ugl. Wat is dit tillen anders dan
een pogen, om de aantrekkingskracht der aarde te overwinnen? En van waar
dat ligte en zware? Het ontstaat alleen daaruit, dat, hoewel de aarde elk atoom
even sterk aantrekt, toch niet alle dingen even veel atomen bevatten onder de-
zelfde uitgebreidheid, en dus zulke ligchamen het sterkst worden aangetrokken,
die de meeste atomen onder eene bepaalde uitgebreidheid inhouden, met andere
woorden, die het digtst zijn (zie de les). Eene kubieke palm lood veel meer
atomen of stofdeelen bevattende dan eene kubieke palm kurk, dat wil zeggen,
lood digter zijnde dan kurk, zoo wordt het eerste ook sterker dan het laatste
door de aarde aangetrokken of tegen hare oppervlakte gedrukt? Waarom zegt
men nu lood is zwaarder dan kurk ? —
De zwaarte wordt gewoonlijk door wegen onderzocht: ik zal u later met de
weegwerktuigen bekend maken. Tot eenheid of maatstaf der gewigten heeft men