Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.6
waardoor de veerkracht des ethers in het kristal niet naar alle rigtingen even
groot is. Daar echter alle loodregt op de as bh gemaakte sneden regelmatige
figuren zijn, zoo zal ook de elasticiteit des ethers in elke rigting, die loodregt op
die as staat, even groot zijn: proeven bevestigen zulks.
Fiq. 265.
De dubbele breking wordt op de volgende
wijze aanschouwelijk gemaakt. Men legt op
een vlak o r van het kristal een blaadje papier,
waarin met eene speld eene opening is geprikt;
vervolgens bedekt men met doorschijnend
papier de tegenoverstaande vlakte m n en laat
nu in eene donkere kamer een' zonnestraal
5 a door het gaatje a in het kristal treden,
men ziet alsdan op het papier m n twee van
elkander gescheiden heldere punten 6 en c,
waaruit volgt, dat door het IJslandsche
kristal de enkele lichtstraal s n in tweeën is gesplitst. Heeft men een driehoekig
prisma van het kristal geslepen, welks brekende kant evenwijdig aau de hoofdas
loopt, zoo vertoonen de beide deelen van den invallenden straal na den doorgang
twee kleurenbeelden.
De grond tot verklaring der dubbele breking ligt, zooals gezegd is, in de voor-
onderstelling, dat de ether in dubbel brekende ligchamen niet naar alle rigtingen
dezelfde veêrkracht bezit; want daar de snelheid der voortplanting slechts van
die elasticiteit des ethers, in de rigting, waarin zijne deelen slingeren, afhangt,
zoo kan ook de snelheid der voortplanting niet in alle rigtingai even groot zijn.
Daar nu in het ijslandsch kristal, en in alle andere eenassige kristallen, voor een
der gebrokene stralen, zooals een naauwkeurig onderzoek heeft geleerd, altijd
dezelfde brekingsverhouding blijft bestaan, in welke rigting en op welk vlak des
kristals de lichtstraal ook in het kristal trede, dat is, daar voor dezen straal de ver-
houding tusschen de sinussen van den hoek van invallingen die van breking
altijd even groot is, zoo moet de elasticiteit des ethers in de rigting, die deze
Fiq. 266.
straal neemt, overal even groot zijn. Van den
anderen gebrokenen straal is door proefneming
gebleken, dat de brekingsverhouding niet bij
alle rigtingen van zijne voortplanting in het
kristal even groot is, maar van den hoek afhangt,
dien de gebrokene straal met de as n o zie fig.
266 maakt; de voortplantingssnelheid kan dus
voor dezen niet naar alle rigtingen even groot
zijn. De eerste der genoemde stralen noemt men
de gewone, de tweede de buitengewone. De wetten
der lichtbreking'in dubbelspaath zijn door
onzen landgenoot Huyghens zoo naauwkeurig