Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.445
dat van wit licht niet alle kleuren onder denzelfdcn hoek a bq volkomen gepo-
lariseerd kunnen worden, en dat derhalve d« geheele polarisatie van wit licht niet
mogelijk is.
3. Het is bekend, dat de meeste doorschijnende ligchamen het licht in dier
vo^e breken, dat iedere invallende straal na de breking slechts één' straal blijft,
afgezien van de kleurschifting. Deze breking heet de enkelvoudige. In zeer vele
ligchamen evenwel wordt de invallende straal bij de breking in tu>ec van elkander
geheel onderscheidene stralen gesplitst, welke, naar de gesteldheid des brekenden
ligchaams en de rigting, waaronder de straal invalt, veel of weinig van elkander
afwijken, dat is een meer of min grooten hoeksafstand hebben. Men noemt zulk
eene breking dubbele breking des lichts, en de ligchamen, die de eigenschappen
daartoe bezitten, dubbel brekende ligchamen.
Daartoe behooren dezulken, die ten gevolge van ongelijkmatige uitzetting of
zamendrukking eene ongelijkvormige digtheid hebben verkregen, benevens alle
doorschijnende, gekristalliseerde ligchamen, welker kristalgedaante zich uiet uit
den hexaëder laten afleiden; hieronder telt men vooral het zoogenaamde dubbel-
spaath, ijslandsch kristal of ijslandsch kalkspaath, eene stof, die eigentlijk uit gekris-
talliseerde koolstofzure kalk bestaat, zamengesteld is uit 56 deelen kalk en 44
deelen koolzuur, en die menigvuldig in IJsland, maar voor het overige in bijna
alle landen in verschillende kristalgedaauten voorkomt. Wij willen de dubbele
breking hoofdzakelijk bij dit kristal doen opmerken.
In welke gedaante dit kristal ook gevonden worde, het laat zich altijd in drie
verschillende rigtingen splijten, (zie bladz. 4^7), en men verkrijgt daardoor als
kerngedaaute een rhomboëder (zie fig. 255 en 264) of een door zes gelijkzijdige,
Fig. 264. scheefhoekige vierhoeken begrensde figuur. In
ieder dezer zes ruitvormige grensvlakken zijn twee
stompe hoeken, b en g bijv. van het vlak bfg c, en
twee scherpe. De hoekpunten des kristals, waar drie
zulke stompe hoeken aaneen grenzen, de hoeken b
en h derhalve, kan men door eene regte hjn b h
vereenigd denken en deze ook als hoofdas aanmer-
ken. Die kristallographischehoofdas h b maakt tevens
dat uit, wat men bij het IJslandsch kristal optische
as of as vnn dubbele breking noemt. Een vlak, dat de geheele optische as over
hare gansche lengte bevat, in dc teekening het vlak hf bd, heet hoofdsnede, cn
daar men uu (zie bladz. 437) elk kristal kan aanzien als te bestaan uit een on-
eindig aantal kristallen, die met den kernvorm iu fig. 264 afgebeeld, in gedaante
overeenkomen, zoo heet men elke lijn, die aan de as h b evenwijdig loopt, eene
hoofdas, en elke snede, die zulk eene lijn bevat, heet dan weder hoofdsnede.
Wij hebben vroeger de enkelvoudige breking leeren kennen als een gevolg vau
de vertraging der voortplantingssnelheid in de brekende middelstof. De dubbele
brekiug is een gevolg van de ongelijkmatige, inwendige zamenstelling des kristals,