Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
us
regt staat op het vlak van terugkaatsing m n p, dat is, hetwelk men zich moet
voorstellen te gaan door den straal m n en de as p ç van den toestel. Dit laatste
vlak is tevens het vlak van polarisatie; het staat dus loodregt op het slingerings-
vlak. Dit is geheel in overeenstemming met de verklaring, bij fig 240 gegeven.
Ten einde nu de opvolgende verduistering bij omdraaijing van den analyseur
door de vibratie-theorie te verklaren, neemt meu aan, dat J B (zie fig. 261)
Fig. 261.
eene hjn is, die lood-
regt op den straal p q
van fig. 260 staat eu
iu het slingeringsvlak
ligt, zoodat de ether-
deelen volgens de pijl-
tjes heen eu weder slin-
geren, en wel tot aan
de punten a en b, al-
waar zij hunne groots
ste afwijking bereiken.
Staat nu de analyseur
Fiie fig. 259 zoodanig,
dat r bij s of t ligt, dan
stelt ook A B het vlak
des spiegels F voor,
waar CD fig. 260 dien spiegel snijdt. De aan deu spiegel grenzende etherdeelen
worden nu ook in trilling gebragt met de kracht ab fig. 261, en die intensi-
teit is groot genoeg, om het licht op het oog te doen werken. Draait men nu
echter den analyseur om, tot de lijn A B des spiegels, ten opzigte van de lijn
a b in het slingeringsvlak, de stelling CD verkrijgt, dan kan men am of mb
in twee loodregt op elkander staaude krachten ontleden, namelijk a cf en m d,
zijnde de laatste nu de kracht, waarmede de etherdeelen, aan den spiegel gren-
zende, iu slingering worden gebragt. Draait meu den spiegel zoo ver om, tot
A B de stelling C D' verkrijgt, dan is de laatstgenoemde kracht slechts door het
lijntje mrf* voorgesteld, en staat de analyseur zoodanig, dat r op 90® of 270° komt,
dan is die kracht nul geworden, er wordt dus geene lichtwerking kenbaar. Wij
meenen, dat deze theorie het verschijnsel uitmuntend goed verklaart.
2. Wij zeiden, dat ook gepolariseerd licht kan ontstaan, door gewone licht-
stralen, onder een' bepaalden hoek, door een voldoend aantal lagen eener niet ol
onvolkomen gekristalliseerde stof te doen treden. Laat men den gewonen licht-
straal a 6 fig 262 onder een' hoek van omstreeks 35* op eene vereeniging A van
6 tot 8 dunne, witte glazen platen vallen, dan gaat er in de rigting b ƒ een deel
doorheen, en een ander deel fc c wordt teruggeworpen. De slingerrigtingen van
den teruggeworpen straal staan nu, zooals gezegd is, loodregt op het vlak van
terugkaatsing; zij worden door den zwart gemaakten spiegel ß volgens de lijn