Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.438
256. het vlakCT), loodregt op den straal
A B staande, zie fig, 239, door dien
straal getroffen wordt, en laat ab de
rigting zijn, in welke het etherdeel
heen en weder slingert, dan kan men
de beweging ac ontbinden in eene
volgens de rigting c c, en eene daarop
loodregte slingering c d. De eerste
iaat zich weder ontbinden in de twee
Joodregt op elkander staande trillin-
gen cf en c g, terwijl de slingerings-
rigting cd, op dergelijke wijze, de rigtingen ck en ch geeft. Alzoo is ac ont-
bonden in cg, cf, c k en c h. De slingeringen volgens C5( en c^ versterken
elkander, zij geschieden in dezelfde rigting ; de uitwerking is eene slingerkracht
gehjk aan de som van beiden; zij kunnen derhalve aangezien worden, als kwa-
men deze beide trillingen van eene gemeenschappelijke bron, of als lage de
eene bron 1, 2, 3, 4 enz. golflengten verder dan de andere. De uitwerking
evenwel van c ƒ en c h zal van het verschil in lengte afhangen, zij kan be-
schouwd worden, als het gevolg daarvan, dat de lichtbron vau de eene
2^ enz. golflengten van die der andere afligt. Dewijl nu elke slingering van
c, naar welke zijde deze ook gerigt zij (zie de pijltjes in fig. 239), zich op de
voorschrevene wijze in ééne in de rigting ce, en in eene daarop loodregte in
de rigting c d ontbinden laat, zoo kan men van het gewone licht zeggen, dat
het uit twee gepolariseerde stralen bestaat, wier etherdeelen trillen in rigtingen,
welke loodregt op elkander slaan, of wat hetzelfde is (zie boven), wier pola-
risatie vlakken loodregt op elkander gerigt zijn. Men noemt zulke stralen ook
wel tegenovergesteld gepolariseerde stralen, hoewel uit de behandeling van fig.
256 gemakkelijk te zien is, dat zij elkanders werking niet vernietigen kunnen.
Indieu twee regtlijnig gepolariseerde golfstelsels op de gezegde wijze in vlak-
ken slingeren. die loodregt op elkander staan, en het verschil in 't aantal der
golven, die zij van de lichtbron af gemaakt hebben, of vau het ligchaam af, dat
hen terugkaatste of doorliet, is geeii nul, of niet gelijk aan een zeker geheel
aantal golflengten, zoo blijven de slingeringen niet meer regtlijnig, dat is het
licht is niet meer regtlijnig gepolariseerd, maar er kan eene cirkel- of ellips vor-
mtge beweging der etherdeelen plaats grijpen. Om dit wel in te zien neme
men de beweging des slingers a nog eenmaal waar (zie fig. 30. blz. 84«)
Gedurende dat deze van d naar a daalt, doet hij het met toenemende, en wan-
neer hij van a naar c opklimt met afnemende snelheid. Wanneer wij den tijd,
bijvoorbeeld 1 seconde, dien deze slinger besteedt, om van d naar c en weder
terug in c te komen, in 8 gelijke deelen verdeelen, en wij laten hem in a aan-
vangen en naar c opklimmen, dan zal, door den stoot, dien hij in a, ten gevolge
\an het voorafgaand afleggen des afstands da, gekregen heeft, de weg, in de