Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
us
nopq zijn langwerpige regthoeken, die noch zelven regelmatige figaren zijn,
noch regelmatige in zich laten beschrijven. De hexaëder is een voorbeeld van
een meer-assig kristal. In figuur 253 vindt men eene viervlakkige gedaante
voorgesteld, eeu tetraëder, door vier gelijkzijdige driehoeken begrensd, en in
fig. 254 een achtvlak of octaëder door acht gelijkzijdige driehoeken gevonnd.
Fiq. 253. Fig. 254.
Fig. 255.
Bij deu tetraëder fig. 253 is elke lijn ab, die het middelpunt/» van een zijvlak
met den daar tegenover staanden hoek a verbindt, eene hoofdas; de daarop lood-
regt staande sneden ede zijn gelijkzijdige driehoeken Bij den octaëder,fig.
254» vormt de op de as a 6 loodregt staande snede in een vierkant of kwadraat.
Indien een kristal niet door 6 kwadraten, zooals fig. 250 is begrensd, maar
door 6 gelijkzijdige, scheeflioekige vierhoeken of ruiten, hetgeen in fig.
255 is afgebeeld, zoo noemt men dit kristal een rhomboéder ; de hoofd-
as is hier a x ; de op deze loodregt gerigte
sneden zijn gelijkzijdige driehoeken of zes-
hoeken, zie de getittelde lijnen. Heeft eeu
kristal geene hoofdas in den bovenvermelden
zin, maar slechts nevenassen, dan beschouwt
men doorgaans eene van deze als hoofdas,
Eene op eene as loodregt gerigte doorsnij-
ding, die door het middelpunt van het kristal
gaat, noemt men in 't algemeen eene door-
snede, en deze snijdt den vorm midden door«
Eene loodregt op de as gerigte doorsnijding,
die den vorm midden door deelt, zonder
eigentlijk eene kant in twee deelen te snij-
den, zoodat er sommige kanten geheel in
' het doorsnijdingsvlak vallen, heet eene hoofd-
snede {zie M fig. 254). Kristallen, welke enkel door gelijke en gelijknamige, re-
gelmatig om eene as liggende vlakken, zooals gelijkzijdige driehoeken; kwa-