Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.433
sprönkelijken Straal ab, na die terugkaatsing, bij bet verlaten van PQ in het
punt d, eveneens op den van fd teruggekaatsten straal dp werken zal, als het
inwendig teruggekaatste gedeelte n5f bij g op een' anderen straal g s zal wer«
ken, en dat dus beide die werkingen gelijksoortige verschijnselen zullen op-
leveren.
Wanneer nu de weg 6 c gelijk aan een vierde eener golflengte l is, zoo za! het
van a b afkomstige en bij d buitentredende licht den weg-^-j- -^-j- - (zie boven)
afgelegd hebben ; die som is juist eene geheele golflengte : het van/rf in d terug-
gekaatste licht dp zal derhalve door het bij d uittredende licht versterkt worden.
De weg van het licht, dat, van a b afkomstig, na eene dubbele terugkaatsing bij
n de dunne laag verlaat, is gelijk aan^ 1 -f- ^ i terwijl het licht,
42424
dat van fd afkomende, bij n buitentreedt, slechts eenen weg d n rr: ^ heeft
4
afgelegd. Het verschil dier beide laatste wegen is bij gevolg ^ "f" ^ ^ ^
of anderhalve lengte eener golf; er zal dus bij n op den straal n r eene verzwak-
king van licht worden veroorzaakt. Indien alzoo de dikte van het plaatje PQ
in de rigting van b c, waarin het licht er door heen gaat, een vierde gedeelte
van de lengte eener ethergolf l>edraagt, zoo zal het teruggekaatste licht in d hel-
der en het doorgetredene in n of er regt tegenover donker schijnen. Hierin
vindt men derhalve den grond voor het bovenvermelde verschijnsel, dat bij te-
ruggekaatst licht dezelfde plaats helder is, die bij doorgegaan licht zich donker
vertoont.
Indien of eene halve golflengte bedraagt, zoo is de lengte van den
weg des lichts, dat van a h afkomstig is, en in d uittreedt, gelijk
2 2 2
of anderhalve golflengte; dat van ƒ d teruggekaatst wordt, zal dus daardoor ver-
zwakt worden, er zal in d een donkere ring ontstaan. Oj) deze wijze kan men
ook den weg van het in n van a b afkomstige licht berekenen, dan zal men in
n eene versterking van licht vinden. Uit de verschillende afstanden, die de gla-
zen iu fig. 248 rondom het punt m hebben, en uit de omstandigheid, dat de
luchtlaag daartusschen begrepen, als eene dunne wigvormige plaat kan beschouwd
worden, laat zich gemakkelijk het ontstaan der gekleurde cirkels begrijpen. Wan-
neer iu m fig. 248 de oppervlakken sterk tegen elkander worden gedrukt, doet
zich die plaats donker voor, omdat de glazen dan als een geheel kunnen be-
schouwd worden en het licht doorlaten. Daarom zal een oneindig dun plaatje
in teruggekaatst licht donker voorkomen, men ziet er do onderliggende voor-
werpen nog doorheen. Hieruit verklaart het zich, waarom een zeepbel op het
oogenblik, dat hij zal bersten, zich zwart vertoont, euï.