Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
us
Fig.
246.
of hout heeft gestoken; buitengewoon fraai
worden de kleuren, wanneer men hij deze
proeven eene fijne vogelveder gebruikt, en
daardoor heen naar het lichtpunt ziet;
hiertoe zijn vooral de vleugel- of staart-
vederen vandenlijsteruitnemend geschikt;
indien men de oogen halfsluit, en dan door
Ie oogharen heen naar eene kaarsvlam ziet,
treedt de buiging of interferentie reeds
iierkbaar op. Wij willen deze lichtwer-
kingen trachten op te helderen.
Laat FW (zie fig. 247), het ondoorschijnende vlak zijn, a 6 de breedte der
247.
daarin aanwezige zeer
smalle spleet; neemt
aan, dat er homogeen
ofée'nkleurigbijv. rood
licht wordt toegelaten.
Zij X r het scherm,
waarop het verschijnsel
zigtbaar moet worden.
Uithoofde van den
grooten afstand der
lichtbron, kan men de
stralen, die van een
harer punten de spleet
bereiken, als evenwij-
dig aan elkander be-
schouwen, alzoo ook
het deel van de kogel-
vormige oppervlakte
der van dat punt uit-
gaande golven, daar
waar zij de opening
tretteu, als een vlak n/; aanzien, 't welk met de spleet zamenvalt. Hieruit volgt,
dat al de in de opening gelegen etherdeelen e, c, m, e enz. in een en hetzelfde
oogenblik in onderling gelijke trillings-toestanden zullen geraken. Daar nu elk
etherdeeltje, ieder voor zich, de slingering, waarin het deelt, naar alle rigtingen
voortplant, even alsof het zelf lichtend ware, zoo is elk deel aan te merken, als
aanvangsjmnt van op zichzelven staande ethergolven, en er moeten tlien ten ge
volge in elk achter het scherm F H' liggend punt stralen zamentreffen, die elk-
ander inttrfereren, dat is die de slingeringstoestanden versterken, verzwakktn of
vernietigen zullen. In het punt M van deu wand, waarop het licht opgevangen