Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
kunde, berusten geheel op de theorie der ethergolven. en maken dat gedeelte
van de leer des lichts uit, hetwelk de natuurkundigen in de laatste 30 of
40 jaren schier uitsluitend tot het voorwerp hunner bespiegelingen en
navorschingen gemaakt hebben. Wij willen deze zaken slechts kortelijk behan-
delen, want men zou er geheele boekdeelen over kunnen vullen. Het onderwerp
is, tot nog toe, behoudens de glansrijke ontdekkingen, die er door aan den dag
gekomen zijn, meer geschikt, om onzen weetlust aangaande de wijze van de
voortplanting of liever van het ontstaan van het licht te bevredigen, dan wel
om er nuttige toepassingen op het dagelijksche leven door te kunnen maken;
wat het echter worden kan, dit kunnen wij niet weten, en het is daarom en
tevens om de voortzetting der studie in de Natuurkunde uit te lokkeu, dat wij
er iets van mededeelen.
Meermalen heeft men de overeenkomst kunnen opmerken tusschen de licht-
of ethergolven bij de lichtverschijnselen, en die der luchtgolven bij het ont-
staan van geluid; het is daardoor blijkbaar geworden, dat wij de vibratie-leer
verreweg deu voorrang geven boven de emanatie-theorie, en zoo er bij den
lezer, aangaande de gegrondheid der eerste, nog eenige twijfel mogt bestaan,
zal hij door de thans te behandelen onderwerpen de overtuiging erlangen, dat
de leer der golving, door de ongedwongen, natuurlijke t^ijze, waarop zy de
lichtverschijnselen verklaart, de eenige ware mag genoemd worden.
Een lichtgevend ligchaam veroorzaakt, even als een geluid gevend, staande
slingeringen (zie blz. 285). De trillingen of golven van den ether zijn intusschen
veel sneller en korter dan die der lucht (zie blz 330 en 390). Deze trillingen
worden, op eene ons geheel onbekende wijze, misschien door trillingen van de
deelen des lichtgevenden ligcbaams zelven, in den alom aanwezigen ether opge-
wekt; zij verspreiden zich alsdan, door mededeeling dier beweging aan andere
deelen, in alle mogelijke rigtingen, en dus iu bolvormige golven al verder en
verder, dat is, al deze, door de heen en weder gaande bewegingen van een enkel
lichtdeeltje voortgebragte golven, worden, tot ée'ne golf gevormd , die zich
voortdurend meer verwijdende of verbreedende, in de ruimte gestadig uitbreidt.
De verklaring bij fig. 139» gegeven kan hier gevoegelijk worden overgedragen.
Daar nu, even als bij eene gespannen snaar, die aan een der einden een stoot
gegeven wordt, de voortplanting der ethertrillingen van deel tot deel geschiedt,
zoo kan men aannemen, dat alle etherdeelen, die in den toestand van rust op
de regte hjn J B liggen (zie fig. 238), en welke hjn hier een' /»c/itstrofl/voorstelt,
Fig. 238.
van het lichtend
punt A uitgaan-
de, opvolgender
wijze in slinge-
ring zullen ge-
raken. Deze slin-
geringen grijpen