Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.419
dien a b van het Ingeheelde brandpunt der lens X 13 heeft, het beeld als in
het brandpunt liggende beschouwen kan, zoo wordt ook hier weder de ver-
grooting aangewezen door het getal, dat uitdrukt, hoe dikwijls de beide brand-
puntsafstanden in elkander begrepen zijn.
Deze soort van kijkers geven doorgaans zeer duidelijke beelden; maar daar
het gezigtsveld klein is, omdat de holle lens de lichtstralen uit elkander doet
loopen, en derhalve aau bet oog de gelegenheid ontneemt, om ze allen op te van-
gen, zoo gebruikt men deze inrigting meest bij tooneelkijkers of bij dezulken,
waarin een groot gezigtsveld of eene sterke vergrooting geen uitdrukkelijk ver.
eischte is.
Eindelijk zullen wij de zamenstelling van eene soort van kijkers overwegen,
die men Spiegelteleskopen noemt. Zij worden ook wel reflectors genaamd, ter on»
derscheiding van die kijkers, welke enkel glazen bezitten, en refractors genoemd
worden; men geeft de eerste soort van kijkers ook wel den naam van catop-
Irische, de laatste dien van dioplrische verrekijkers.
Men noemt Spiegelteleskopen zulke verrekijkers, welke in plaats van een
voorwerpglas of eene lens, die de lichtstralen der voorwerpen opvangt, eenen
hollen spiegel bezitten, die naar de waartenemen ligchamen is toegekeerd,
en dus, zooals men op blz. 345 gezien heeft, omgekeerde beelden van deze
voortbrengt. Er zijn voornamelijk drie soorten van teleskopen, die naar de
uitvinders Newtoniaansche, Gregoriaansche en Cassegrainsche teleskopen genoemd
worden.
De Newtoniaansche kijker (zie fig. 235) is zamengesteld uit een' grooten,
235. ^
een' kleinen vlakken
^ ________^ spiegel X ij, en eene
^ oogbuis C, voorzien
van twee lenzen. De
lichtstralen A B, AB,
enz , die door de ope-
ning D E, welke den voorwerpen is toegekeerd, van eenen zeer verren afstand,
als het ware evenwijdig op den hollen spiegel V W vallen, worden (zie blz.
345) naar het brandpunt F teruggekaatst. Hier zouden zij een beeld vormen,
indien de platte spiegel xy, die zich digter dan het brandpunt bij den hollen
spiegel F JV bevindt, het niet belette ; deze kleine spiegel helt met een' hoek
van 45' op de as BFA van den kijker, ligt juist boven de buis C en ver-
plaatst, ten gevolge van de terugkaatsing der lichtstralen, het beeld van de
plaats F naar a, alwaar het door de oogglazen, welke zich in de buis C bevin-
den, vergroot wordt waargenomen.
De Gregoriaansche spiegclkijker (zie fig. 236) heeft insgelijks een' hollen
i spiegel F}V, maar deze heeft in het midden eene cirkelvormige opening a b;
de invallende, bijna evenwijdig loopende lichtstralen ^ 5 worden zoodanig te