Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
12
De schijnbare grootte van een voorwerp hangt, gehjk wij vroeger gezien
hebben (zie bl. 399) af van den gezigtshoek, onder welken het zich voordoet.
Hoe meer het ligchaam het oog nadert, hoe grooter de gezigtshoek wordt ;
komt het echter op kleineren afstand voor het oog dan die Van duidelijk zien,
zoo kan men het niet meer scherp ouderscheiden. Brengt men nu eeu werktuig
tusschen het voorwerp en het oog, waardoor de gezigtshoek vergroot en het
l>eeld van het voorwerp op den afstand gebragt wordt, waarop het oog het dui-
delijkste ziet, zoo heet dit werktuig een eenvoudig mikroskoop; dit is reeds
aangemerkt op blz. 372. Is AB (zie fig. 231) namelijk het voorwerp, gelegen
Fig. 231.
tusschen de lens F fV en haar brandpunt F, dan loopen de van alle punten in
A B afkomende lichtstralen na hunnen doorgang door het glas eveneens uit
elkander, alsof zij van overeenkomstige punten iu a b kwamen; vangt nu een
oog, dat zich aan de andere zijde der lens aan den kant van F bevindt, de stra-
len na hunnen doorgang op, zoo zal dit het vergroote beeld van het voorwerp
in a 6 waarnemen. Maar hiertoe is ook noodzakelijk, dat het beeld zich op den
afstand van duidelijk zien bevinde ; de wiskunde leert ons dat, om dit oog-
merk te bereiken, het voorwerp iets digter bij de lens moet geplaatst worden, dan
fte brandpuntsafstand van deze bedraagt. Deze afstand wordt volgens wiskundige
regelen l>epaald door den afstand van duidelijk zien met den brandpuntsafstand der
lens te vermenigvuldigen, en dit produki door de som van den afstand van duidelijk
zien en den brandpuntsafstand te deelen.
De vergrooting, die door eene lens wordt te weeg gebragt, wordt gevonden
door bij den afstand, waarop het oog duidelijk ziet, den brandpuntsafstand op te
lellen, en deze som door den brandpuntsafstand te deelen. Hoe kleiner derhalve de
brandpuntsafstand der lens is, hoe aanzienlijker de vergrooting wordt. Zeer
bolle glazen vergrooten dus het sterkst. Wilt gij ook zonder glas eene aanzien-
lijke vergrooting tot stand brengen, neemt dan een dun metalen of houten
plaatje, maakt daarin eene kleine opening b. v. van 5 streep middellijn, en
giet er eenig water op, zoodat daarvan een deel iu het gaatje bhjft hangen ;